Wat kun je zeggen over de hoeveelheid bloed die in actie langs de longen stroomt, in vergelijking met de hoeveelheid bloed langs de spieren?
Open en gesloten bloedsomloop
Bij het bestuderen van biologie, komen we verschillende types van transportsystemen tegen zoals de open en gesloten bloedsomloop.
Bij een open bloedsomloop stroomt het bloed voor een deel vrij door het lichaam. Dit soort systeem is bijvoorbeeld te vinden bij insecten. Het is minder efficiënt en daarom niet geschikt voor zuurstoftransport. Bij een gesloten bloedsomloop blijft het bloed in het leidingensysteem, de bloedvaten, zoals het geval is bij regenwormen en zoogdieren.

We kennen ook systemen zoals enkele en dubbele bloedsomloop, embryonale bloedsomloop en verschillende afwijkende vormen van bloedsomloop.
Enkelvoudige en dubbele bloedsomloop
Bij enkelvoudige bloedsomloop gaat het bloed per omloop één keer door het hart. Dit is te zien bij vissen.
Daarentegen hebben vogels en zoogdieren, die een hogere verbrandingsfrequentie hebben, een dubbele bloedsomloop. Hierbij gaat het bloed per omloop twee keer door het hart. Dit is een effectieve manier van bloedsomloop.

Bij een dubbele bloedsomloop kunnen we daarom ook de grote en kleine bloedsomloop onderscheiden van elkaar. De kleine gaat via de longen en hiermee wordt dus koolstofdioxide ingewisseld voor zuurstof. De grote bloedsomloop gaat door de rest van het lichaam en geeft het zuurstof of aan de organen en neemt de afvalstoffen en koolstofdioxide weer op.
Embryonale bloedsomloop
De embryonale bloedsomloop houdt in dat er voor en na de geboorte belangrijke veranderingen plaatsvinden in de bloedsomloop van een organisme. Het betekent dat het zuurstofgehalte in het bloed vóór de geboorte overal hetzelfde is, maar na de geboorte verandert dit.

Na de geboorte verschrompelt de ductus arteriosus en gaat het ovale venster dicht. Dit komt doordat de longen na de geboorte vullen met lucht en hierdoor hier ook de weerstand afneemt. Daardoor wordt de bloeddruk in de rechterkamer en -boezem lager en hoger in de linkerkamer en boezem en sluit het ovale venster en verschrompelt de ductus arteriosus.
Ook de navelstrengaders en -slagaders verschrompelen na de geboorte, omdat deze niet meer worden gebruikt.
Afwijkende bloedsomloopsystemen
Er zijn ook enkele organismen, zoals amfibieën en reptielen, die een iets andere bloedsomloop hebben.
Amfibieën hebben bijvoorbeeld een hart met één kamer en de bloedstroom in hun hart vermengt zich.

Reptielen hebben een gedeeltelijke tussenwand in hun hart en twee aorta's, wat handig is als ze onder water gaan.

Oefen je vaardigheden
Het is nu belangrijk om je kennis bij te brengen naar praktijk. Probeer het volgende: kan je de route beschrijven die een stofje aflegt van je mond naar de lever? En kan je het verschil uitleggen tussen een open en gesloten bloedsomloop? Denk aan de verschillende organismen die we hebben besproken en hoe hun bloedsomloop beïnvloed wordt door hun grootte of leefomgeving. Probeer vervolgens de verschillen te beschrijven tussen een enkele en dubbele bloedsomloop, en hun voordelen en nadelen.
Succes met oefenen!













