Test je kennis met de 7 examenvragen die aan dit onderwerp zijn gekoppeld.
Enkele keuze
Bolletjesslikkers
'Iedere week,' signaleert chirurg F. van der Heijden van het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, 'komt op de afdeling spoedeisende hulp wel een patiënt binnen die niet van zijn ingeslikte cocaïnebolletjes afkomt.'
Op hun tocht door het verteringskanaal komen de bolletjes twee belangrijke obstakels tegen. Tussen de maag en de twaalfvingerige darm bevindt zich een kringspier, de maagportier, die voedsel doorlaat naar de dunne darm. Een tweede barrière is een klep, de klep van Bauhin, op de plaats waar de dunne darm overgaat in de dikke darm.
Vorig jaar overleed één smokkelaar in het Gasthuis aan een overdosis en onlangs werd een patiënt blind nadat een bolletje was geknapt. Als dat gebeurt, komt zo'n 100–500 mg cocaïne in het bloed, waardoor vaten verkrampen en de bloeddruk snel stijgt. Dat kan weer leiden tot een hersen- of hartinfarct.
Andere symptomen zijn epileptische aanvallen en hallucinaties. Voor de meeste mensen, die gemiddeld 5 L bloed hebben, is 200 mg fataal.
Naar: Noël van Bemmel, Chirurg pikt cokebollen er soms één voor één uit, de Volkskrant, 31 januari 2002.
Er wordt met een röntgenfoto vastgesteld waar de bolletjes zich bevinden (zie afbeelding).
Waar bevinden zich de meeste bolletjes?
Verteringsstelsel
Het geheel van organen en structuren betrokken bij de vertering van voedsel.
Darmperistaltiek
De golfachtige bewegingen van de darmwand die voedsel door het spijsverteringskanaal voortbewegen.
Mechanische vertering
Het fysiek verkleinen van voedsel, bijvoorbeeld door kauwen.
Chemische vertering
Het afbreken van voedsel door enzymen en andere chemische stoffen.
Verteringsklieren
Klieren die verteringssappen produceren, zoals speekselklieren en alvleesklier.
Enzymen
Eiwitten die chemische reacties versnellen, zoals de afbraak van voedingsstoffen.
Darmwand
De binnenbekleding van de darm die voedingsstoffen opneemt.
Kringspieren
Spieren die samentrekken om de doorgang in een buisvormig orgaan te verkleinen.
Lengtespieren
Spieren die samentrekken om een buisvormig orgaan te verkorten.
Strotklepje
Een klepje dat de luchtpijp afsluit tijdens het slikken.
Huig
Een structuur die de neusholte afsluit tijdens het slikken.
Maagsap
Een zure vloeistof in de maag die helpt bij de vertering van eiwitten.
Gal
Een vloeistof geproduceerd door de lever die vetten emulgeert.
Dunne darm
Het deel van het spijsverteringskanaal waar de meeste voedingsstoffen worden opgenomen.
Dikke darm
Het deel van het spijsverteringskanaal waar water en mineralen worden opgenomen.
Darmflora
De bacteriën die in de darmen leven en helpen bij de vertering.
Appendix
Een klein aanhangsel van de blindedarm, ook wel wormvormig aanhangsel genoemd.
Endeldarm
Het laatste deel van de dikke darm waar ontlasting wordt opgeslagen.
Extracellulaire vertering
Vertering die plaatsvindt buiten de cellen, zoals in het spijsverteringskanaal.
Intracellulaire vertering
Vertering die plaatsvindt binnen de cellen, zoals bij fagocytose.
•Je kunt de algemene bouw van het verteringstelsel beschrijven.
Algemene bouw van het verteringsstelsel
In feite is het spijsverteringskanaal een lange holle buis die van de mond tot aan de anus loopt. Voor een alleseter zoals wij mensen, is de gemiddelde lengte van deze buis ongeveer 9 meter.
Illustratie van de anatomie van het verteringsstelsel.
Vertering: een overzicht
Vertering is het proces waarbij grote moleculen – zoals eiwitten, vetten en koolhydraten – worden afgebroken tot kleinere verteringsproducten. Dit proces wordt gefaciliteerd door enzymen.
Mechanische vertering
Mechanische vertering verwijst naar het fysieke deel van de vertering waarbij voedsel wordt verkleind, om zo het oppervlak van het voedsel te vergroten, zodat enzymen er beter bij kunnen.
Illustratie van een voorbeeld van mechanische vertering, zoals het kauwproces.
Darmperistaltiek
Darmperistaltiek, een ander aspect van mechanische vertering, is het proces van mengen, voortduwen en kneden van voedsel in het spijsverteringskanaal. Dit proces wordt gereguleerd door het autonome zenuwstelsel.
Illustratie van de darmperistaltiek waarop te zien is dat een voedselbrij door de dunne darm heen geknepen wordt met behulp van de kringspiertjes.
Het strotklepje, de huig en het risico van verslikken
Tijdens de ademhaling en het slikken spelen het strotklepje en de huig een essentiële rol in het correct sluiten van de luchtpijp en de neusholte om verslikken te voorkomen.
Op deze afbeelding is te zien hoe het strotklepje en de huig bewegen bij het ademen, slikken en verslikken.
De maag en de twaalfvingerige darm
De Maag en eiwitvertering
De maag speelt een cruciale rol in de eiwitvertering. Het maagzuur en de enzymen, samen bekend als maagsap, worden in de maag afgescheiden. Dit maagsap bevat ook slijm en is essentieel voor de afbraak van eiwitten. Het voedsel blijft ongeveer vier uur in de maag voordat het verder gaat naar de twaalfvingerige darm.
De twaalfvingerige darm
De twaalfvingerige darm is een belangrijk onderdeel van het spijsverteringsproces. Hier komen de alvleesklier en de galblaas samen. De lever produceert gal, dat wordt opgeslagen in de galblaas. Gal bevat galzouten en galkleurstoffen, die essentieel zijn voor de vetvertering. Gal is een afbraakproduct van dode rode bloedcellen en geeft ontlasting zijn kleur.
De rol van gal in vetvertering
Gal emulgeert vetten, wat betekent dat het vet in kleine druppeltjes wordt verdeeld. Dit is belangrijk omdat vet en water niet goed mengen. Door het emulgeren van vetten kunnen enzymen beter hun werk doen. Hoewel de galblaas gal opslaat, is het geen verteringsklier, omdat de lever de gal produceert.
Illustratie van de maag en de twaalfvingerige darm
Dunne darm, dikke darm en endeldarm
Na de twaalfvingerige darm passeert het voedsel de dunne darm, waar verteringsproducten worden opgenomen. De volgende halte is de dikke darm, waar voornamelijk water en mineralen worden opgenomen en de darmflora cellulose kan afbreken en vitamine K kan produceren. Als laatste wordt de rest van het spijsverteringsproces in de endeldarm opgeslagen tot het via de kringspier de darmen verlaat.
Illustratie van de stappen in de dunne darm.
Extracellulaire en intracellulaire vertering
Er zijn twee soorten verteringsprocessen: extracellulaire en intracellulaire vertering. Extracellulaire vertering vindt plaats buiten onze cellen in het verteringskanaal, terwijl intracellulaire vertering verwijst naar het proces waarbij voedingsstoffen worden verteerd binnen een cel.
Illustratie van extracellulaire en intracellulaire vertering.
Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool
Helemaal compleet!
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Heel overzichtelijk
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Beter dan YouTube
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.
Waarom kies je voor JoJoschool?
Hoger scoren
86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.
Betaalbaar en beter
Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.
Sneller begrijpen
83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.