Hoe groot is de kans dat er bij F2 puppy's zijn met grote tanden in een kleine kaak?
Wat is een dihybride kruising?
Een dihybride kruising is een soort kruisingsschema waarbij je let op twee erfelijke eigenschappen tegelijkertijd. Dit in tegenstelling tot een monohybride kruising, waarbij je slechts op één eigenschap let. Neem bijvoorbeeld de haarkleur en de soort vacht van een dier. Bij de dihybride kruising analyseren we bijvoorbeeld rode of zwarte vacht en of deze vacht gevlekt is of niet.
Onafhankelijke en gekoppelde overerving
Bij dihybride kruisingen moet je er rekening mee houden dat de genen voor de verschillende eigenschappen op verschillende chromosomen liggen. Dit noemen we onafhankelijke overerving. Gekoppelde overerving betekent dat de genen zich op dezelfde chromosomen bevinden. In deze les wordt alleen de onafhankelijke overerving besproken. Voor de gekoppelde overerving is een aparte les.

Geslachtscellen en mogelijke combinaties
Bij een dihybride kruising zijn er verschillende combinaties van genen mogelijk in geslachtscellen. Laten we een heterozygote ouder beschouwen met de genotypen grote A (zwart), kleine A (rood), grote B (gevlekt) en kleine B (niet-gevlekt). De mogelijke geslachtscellen zijn:
•aB
•AB
•ab
•Ab
Dit resulteert in veel combinaties in de nakomelingen.

Voorbeeld van een dihybride kruising
Stel dat we een homozygoot zwart en gevlekt exemplaar (AABB) laten kruisen met een homozygoot rood en niet-gevlekt exemplaar (aabb). In de F1-generatie ontstaan allemaal nakomelingen met het genotype AaBb (100% zwart en gevlekt).
ab | |
|---|---|
AB | AaBb |
F2-generatie en genotypen
In de F2-generatie moeten we nu kijken naar welke geslachtscellen de heterozygote ouders kunnen vormen. De geslachtscellen in de F2-generatie zijn weer:
•AB
•Ab
•aB
•ab
Hierdoor ontstaan verschillende genotypen en bijbehorende fenotypen. De fenotypen in de F2-generatie volgen de verhouding van 9:3:3:1.
Fenotypische verhoudingen
De verhoudingen zijn als volgt:
•9 (dominante allelen voor beide eigenschappen)
•3 (dominant voor de eerste eigenschap, recessief voor de tweede)
•3 (recessief voor de eerste eigenschap, dominant voor de tweede)
•1 (recessief voor beide eigenschappen)

Kansberekening
Je kunt de kans op het ontstaan van deze genotypen berekenen door de kansen van de monohybride kruisingen te combineren:
•De kans op het recessieve aa genotype is 1 op 4
•De kans voor bb is ook 1 op 4.
De kans op aabb is dan:
\frac14\cdot\frac14=\frac{1}{16}\frac14\frac14=\frac{1}{16}\frac14x\frac14=\frac{1}{16}\frac14\frac14=\frac{1}{16}\frac14\cdot\frac14=\frac{1}{16}\frac14\cdot\frac14=\frac11\frac14\cdot\frac14=\frac{1}{\placeholder{}}\frac14\cdot\frac14=1\frac14\cdot\frac14=\frac14\cdot\frac14\frac14\cdot\frac{1}{\placeholder{}}\frac14\cdot1\frac14\cdot\frac14\frac{1}{\placeholder{}}1

Dit verklaart hoe de verhouding van 9:3:3:1 ook logisch kan worden afgeleid vanuit de afzonderlijke monohybride kruisingen.













