Les over 2 Zenuwcellen en zenuwen
Zenuwcellen en zenuwen

Hoe werken zenuwcellen en zenuwen in jouw lichaam?
Leerdoelen
•Je kunt in een afbeelding van een zenuwcel de delen benoemen.
•Je kunt drie typen zenuwcellen met hun functies en kenmerken noemen.
•Je kunt de definitie van een zenuw omschrijven.
•Je kunt drie typen zenuwen met hun kenmerken noemen.
De bouw van een zenuwcel
Het zenuwstelsel bevat miljoenen zenuwcellen. Deze cellen verwerken en versturen informatie via impulsen, oftewel elektrische signalen. Het versturen van impulsen kan met een snelheid van meer dan 200 km/uur verlopen, waardoor je erg snel kunt reageren. Elke zenuwcel is opgebouwd uit een cellichaam en uitlopers:
•Cellichaam: het deel van de zenuwcel waarin zich de celkern bevindt. De cellichamen van zenuwcellen liggen in of vlak bij het centrale zenuwstelsel.
•Uitlopers: vertakkingen die impulsen voortgeleiden. Een zenuwcel kan korte en hele lange uitlopers hebben, soms wel tot een meter lang.

Drie typen zenuwcellen
Er zijn drie typen zenuwcellen, elk met hun eigen functie en kenmerken:
•Gevoelszenuwcellen: geleiden impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel. De cellichamen liggen vlak bij het centrale zenuwstelsel. Een gevoelszenuwcel heeft één lange uitloper die impulsen naar het cellichaam toe geleidt en andere uitlopers die impulsen van het cellichaam naar het centrale zenuwstelsel geleiden.
•Bewegingszenuwcellen: geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren. De cellichamen liggen in het centrale zenuwstelsel. Een bewegingszenuwcel heeft één lange uitloper die impulsen van het cellichaam af geleidt.
•Schakelcellen: geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel. Ze liggen geheel binnen het centrale zenuwstelsel en verbinden de uitlopers van gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen met elkaar.

Wat is een zenuw?
Een impuls wordt nooit via één enkele uitloper geleid, maar via duizenden uitlopers tegelijk. Een zenuw is een bundel van deze uitlopers van zenuwcellen. Elke afzonderlijke uitloper in een zenuw is omgeven door een dun isolerend laagje. Dit laagje zorgt ervoor dat de uitlopers van elkaar geïsoleerd blijven, zodat signalen niet storen. Om de hele zenuw heen ligt een beschermende laag bindweefsel voor extra stevigheid.
Drie typen zenuwen
Er zijn drie typen zenuwen te onderscheiden op basis van de uitlopers die ze bevatten:
•Gevoelszenuw: bevat alleen uitlopers van gevoelszenuwcellen. Een voorbeeld hiervan zijn de oogzenuwen, die impulsen van de zintuigcellen in de ogen naar de hersenen geleiden.
•Bewegingszenuw: bevat alleen uitlopers van bewegingszenuwcellen.
•Gemengde zenuw: bevat zowel uitlopers van gevoelszenuwcellen als van bewegingszenuwcellen. De meeste zenuwen in je lichaam zijn gemengde zenuwen.

De zenuwen die impulsen van en naar je romp en ledematen (armen en benen) geleiden, sluiten aan op het ruggenmerg. Zenuwen die impulsen van en naar je hoofd en hals geleiden, sluiten aan op de hersenstam.