Leerdoelen
•Je kunt investeringen beoordelen
•Je kunt de netto contante waarde (NCW) methode berekenen en beoordelen
Terugverdientijd
De terugverdientijd is de periode waarin de investering zichzelf terugverdient. Dit kan berekend worden. Hoe korter de terugverdientijd, hoe beter.
Voordelen van de terugverdientijd
•Eenvoudige berekening
•Houdt rekening met onzekerheid
Nadelen van de terugverdientijd
•Geen rekening gehouden met interest
•Verdeling cashflow (resultaat + afschrijving) over verschillende perioden
•Cashflow na terugverdienperiode wordt verwaarloosd
Netto contante waarde
De bovenstaande nadelen van de terugverdientijd zijn juist de voordelen van de NCW.
1.NCW houdt rekening met interest of de waarde van geld over tijd.
2.NCW biedt inzicht in wanneer welke cashflow binnenkomt.
3.NCW neemt alle cashflows mee, dus ook die na de terugverdientijd.
Het berekenen van de NCW met een voorbeeld
Laten we de NCW toepassen op een voorbeeld. Stel je voor dat er geïnvesteerd wordt in een machine van € 400.000 met verschillende cashflows gedurende 7 jaar (zie tabel) en een restwaarde van € 10.000. De rendementseis bedraagt 3% per jaar. De rendementseis wordt ook wel de interest, rente, of disconteringsvoet genoemd. Vaak hangt het percentage af van het risico dat het bedrijf neemt. Hoe hoger het risico, hoe hoger de rendementseis zal zijn.
Bereken de contante waarde en de netto contante waarde:
Jaar | Bedrag |
|---|---|
CF jaar 1 | € 50.000 |
CF jaar 2 | € 70.000 |
CF jaar 3 | € 80.000 |
CF jaar 4 | € 80.000 |
CF jaar 5 | € 75.000 |
CF jaar 6 | € 60.000 |
CF jaar 7 | € 50.000 |
Contante waarde:
Voordat de NCW kan worden berekend moet eerst de contante waarde van de toekomstige cashflows berekend worden. Dit kan op twee manieren:
CWt= Contante waarde van de cashflow in jaar t
CFt= Cashflow in jaar t
r= rendementseis
t= jaar
Bijvoorbeeld:
Jaar 1:
of
Jaar 2:
of
Let op: het is belangrijk dat in het laatste jaar de restwaarde wordt meegenomen. Deze restwaarde tel je in het laatste jaar op bij de cashflow. Dus voor de berekening in het laatste jaar wordt er € 10.000 opgeteld bij de al gegeven € 50.000:
€ 50.000 + € 10.000 = € 60.000
De berekening van de contante waarde vind je hieronder in de tabel:
Contante waarde | ||
|---|---|---|
1: € 50.000 | € 48.544 | |
2: € 70.000 | € 65.981,71 | |
3: € 80.000 | € 73.211,33 | |
4: € 80.000 | € 71.078,96 | |
5: € 75.000 | € 64.695,66 | |
6: € 60.00065 | € 50.249,06 | |
7: € 50.000 (Restwaarde € 10.000) | € 48.785,49 | |
Totaal | € 422.546,21 |
Netto contante waarde:
De NCW wordt dan berekend door de contante waarde te verminderen met het geïnvesteerde bedrag.
De Netto contante waarde in dit voorbeeld is dus:
NCW = € 422.546,21− € 400.000,- = € 22.546,21
Besluitvorming op basis van de NCW
Een positieve netto contante waarde betekent dat de contante waarde van de toekomstige cashflows groter is dan het initiële investeringsbedrag, waardoor de investering rendabel is. Als de NCW echter negatief is, betekent dit dat de investering niet rendabel is en waarschijnlijk niet moet worden doorgezet.
Positieve NCW | Negatieve NCW |
|---|---|
Wel investeren | Niet investeren |
Als je de keuze hebt uit meerdere projecten om in te investeren, dan reken je van alle projecten de NCW uit en kies je het project met de hoogste positieve NCW.




