Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat de verschillende posten op de balans in jaarrekening inhouden
Indeling van de balans
De balans is ingedeeld in twee grote secties: activa en passiva.
Activa
Activa worden verdeeld in vaste activa en vlottende activa.
Vaste activa:
Dit zijn bezittingen die langer dan één productieproces of één jaar meegaan.
Voorbeelden:
•Gebouwen: de ruimte waarin het bedrijf opereert.
•Machines: apparatuur die nodig is voor de productie.
•Inventaris: dit omvat alle spullen in het bedrijf, zoals meubels en computers.
Vlottende activa:
Dit zijn activa die binnen een jaar omgezet kunnen worden in geld.
•Debiteuren: klanten die jou nog moeten betalen voor geleverde goederen of diensten.
•Voorraden: goederen die je hebt ingekocht, maar nog niet hebt verkocht.
•Overlopende posten: vooruitbetaalde bedragen, nog te ontvangen bedragen
•Liquide middelen: het geld wat je op dit moment beschikbaar hebt in kas en op de bank.

2. Passiva
De passiva zijn verdeeld in eigen vermogen en vreemd vermogen.
Eigen vermogen:
Dit is het geld dat de eigenaar in het bedrijf heeft gestopt plus reserves en winst.
•Geplaatst aandelenkapitaal: dit geldt alleen voor BV's en NV's. Geplaatst aandelenkapitaal is het aantal geplaatste aandelen tegen nominale waarde. Bij een eenmanszaak zie je simpelweg de post "eigen vermogen".
•Reserves: geld dat opzij gezet wordt voor toekomstige uitgaven of investeringen.
•Winstreserve/algemene reserve: Niet het gehele resultaat wordt uitgekeerd, maar deels toegekend aan de winstreserve. Doelen:
•Uitbreidingsinvesteringen
•Aflossing vreemd vermogen
•Toekomstige verliezen opvangen
•Dividendstabilisatie
•Dividendreserve: geld dat opzij wordt gezet om elk jaar een gelijk dividend uit te keren aan aandeelhouders.
•Resultaat: De winst van een onderneming in een bepaald jaar
Vreemd vermogen:
Dit zijn leningen of schulden aan derden.
•Lang vreemd vermogen: leningen die langer dan één jaar lopen, zoals hypotheekleningen en onderhandse leningen.
•Onderhandse lening: Een langlopende lening tussen één geldgever en één geldnemer.
•Hypothecaire lening: Een lening waar een onroerend goed als onderpand dient
•Obligatielening: Een lening wordt opgesplitst in stukjes, een obligatie. Deze lening heeft veel geldgevers.
•Kort vreemd vermogen: leningen of schulden die binnen een jaar afgelost moeten worden. Dit omvat:
•Crediteuren: leveranciers aan wie je nog moet betalen.
•Rekening-courant: indien je rood staat bij de bank.
•Overlopende posten: dit zijn nog te betalen bedragen, zoals BTW of vooruit ontvangen bedragen.





