Vrijhandel en protectionisme

Vrijhandel en protectionisme

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 21:23
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Welke internationale organisatie probeert vrijhandel in de wereld te bevorderen?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat vrijhandel is en hoe dit wereldwijd wordt geregeld.

Je kunt benoemen op welke manieren landen hun eigen bedrijven of consumenten kunnen beschermen of bevoordelen.

Je kunt de belangrijkste handelsbelemmeringen identificeren en hun gevolgen voor de economische globalisering beschrijven.

Je kunt het begrip protectionisme definiëren en de argumenten hiervoor benoemen.

Protectionisme: bescherming van de eigen markt

Protectionisme is het beschermen van binnenlandse bedrijven of bedrijven binnen de eigen markt. Dit gebeurt vaak in de landbouw en industrie. Er zijn verschillende argumenten voor protectionisme:

Bescherming van werkgelegenheid en welvaart: Door eigen bedrijven te beschermen, blijft de werkgelegenheid behouden en daarmee de welvaart in een land.

Behoud van kennis: Kennis en expertise die de beroepsbevolking heeft opgedaan, blijft binnen de landsgrenzen.

Bescherming van consumenten: Dit argument richt zich op de veiligheid en kwaliteit van geïmporteerde producten. Denk hierbij aan voedselveiligheid, zodat er geen ziekten of ongewenste insecten meekomen met importproducten.

De bescherming kan dus zowel gericht zijn op bedrijven als op consumenten binnen een bepaald marktgebied.

Handelsbelemmeringen: hoe landen import en export beïnvloeden

Landen gebruiken handelsbelemmeringen om de vrije handel te beperken. Dit doen ze voornamelijk door import te benadelen of export te bevorderen.

Import benadelen

Het benadelen van import maakt het moeilijker voor buitenlandse bedrijven om producten naar een land te exporteren (en voor dat land om ze te importeren). Dit kan op verschillende manieren:

Importheffingen: Dit zijn extra belastingen op geïmporteerde producten, waardoor ze duurder worden. In de Amerikaanse theorie wordt dit ook wel een 'tariff wall' genoemd, een muur van belastingen.

Quota: Een land stelt een maximum in voor de hoeveelheid van een bepaald product die mag worden geïmporteerd. De rest moet dan door binnenlandse bedrijven worden geproduceerd.

Kwaliteitsvoorschriften en regels: Landen kunnen strenge eisen stellen aan de kwaliteit of veiligheid van producten. Producten die niet aan deze eisen voldoen, mogen niet worden geïmporteerd. Een voorbeeld hiervan is waarom je in Nederland geen auto's uit India ziet, hoewel ze daar wel worden gemaakt. Europese regels stellen eisen waaraan deze auto's niet voldoen.

Het gevolg van deze maatregelen is dat geïmporteerde producten duurder worden voor de consument, vooral bij importheffingen.

Export bevorderen

Een andere manier om de eigen bedrijven te bevoordelen, is door de export te stimuleren. Dit maakt de eigen producten aantrekkelijker op de internationale markt:

Subsidies: De overheid geeft financiële steun aan bedrijven die bepaalde producten maken, waardoor de productiekosten dalen en het product goedkoper op de markt kan worden aangeboden.

Belastingvoordelen: Bedrijven krijgen belastingkortingen als ze bijvoorbeeld op een bepaalde manier produceren (denk aan 'groen' produceren).

Voorzieningen: Dit is een brede categorie en omvat:

Procedurele voordelen: Het makkelijker maken van exportprocedures.

Infrastructuur: Het aanleggen van wegen, havens of spoorlijnen (zoals de Betuwelijn van de Rotterdamse haven naar Duitsland) om export te vergemakkelijken. Ook de aanleg van ICT-kabels (glasvezel, telecommunicatie) kan hieronder vallen, wat een voordeel kan zijn ten opzichte van landen die dit niet hebben.

Het gevolg van exportbevordering is dat de export goedkoper wordt, wat het aantrekkelijker maakt voor andere landen om deze producten te importeren. Hoewel het product goedkoper wordt, wordt het toch gezien als een handelsbelemmering omdat de prijs kunstmatig onder de marktprijs wordt gebracht.

Andere manieren om binnenlandse bedrijven te bevoordelen

Naast het beïnvloeden van import en export, zijn er nog andere manieren om de eigen markt te beschermen:

Investeringsvoordelen: Het geven van premies of belastingvoordelen aan bedrijven die binnen de eigen markt investeren of uitbreiden.

Aanpassen van regels voor eigen productie: Het stellen van minder strenge milieueisen of minder strikte arbeidsregels (zoals veiligheidsvoorschriften of loonafspraken) kan de binnenlandse productie goedkoper maken.

Vrijhandel: handel zonder belemmeringen

Vrijhandel is handel zonder beperkende regels of belemmeringen. Dit betekent dat producten snel en gemakkelijk tussen landen kunnen worden verhandeld. Vrijhandel wordt wereldwijd geregeld in verschillende verdragen.

Europese Unie (EU): Binnen de interne markt van de EU is er sprake van vrijhandel. Er zijn geen belemmeringen tussen de lidstaten. Voor landen buiten de EU hanteert de EU echter protectionistische maatregelen om Europese bedrijven te beschermen. Ook kunnen personen zich vrij bewegen binnen de EU, wat de inzet van arbeid overal mogelijk maakt.

Noord-Amerika: Canada, de Verenigde Staten en Mexico hebben een vrijhandelsverdrag (voorheen NAFTA, nu USMCA). Dit gaat minder ver dan de integratie binnen de EU, maar zorgt wel voor vrijhandel. Een gevolg hiervan is dat Amerikaanse bedrijven productie hebben verplaatst naar Mexico vanwege lagere lonen, wat de prijzen van producten op de Noord-Amerikaanse markt heeft doen dalen.

Zuid-Amerika: Hier zijn verdragen zoals Mercosur en Unasur gericht op vrijhandel en verdere samenwerking, hoewel de integratie nog in de beginfase is.

Vrijhandel als motor van economische globalisering

Het stimuleren van vrijhandel wordt gezien als een belangrijke motor voor economische globalisering. Minder handelsbelemmeringen leiden tot:

Voordelen

Sneller en gemakkelijker producten verkopen: Bedrijven kunnen hun producten efficiënter op de markt brengen.

Grotere afzetmarkt: De wereld wordt de markt, waardoor bedrijven meer kunnen verkopen.

Goedkopere producten voor consumenten: Douanekosten en andere belemmeringskosten vallen weg. Bovendien zorgt meer concurrentie op de binnenlandse markt voor lagere prijzen.

Nadelen

Meer concurrentie en lagere winstmarges: Bedrijven moeten hun prijzen concurrerend houden, wat kan leiden tot lagere winsten.

Moeilijker te garanderen consumentenveiligheid: Bij minder controles aan de grens kan het lastiger zijn om de veiligheid van alle geïmporteerde producten te waarborgen.

Verslechtering van arbeidsomstandigheden en milieuzorg: In de zoektocht naar winst en kostenbeperking kunnen bedrijven minder aandacht besteden aan goede arbeidsomstandigheden en milieuvriendelijke productie.

Nigeria en de gevolgen van vrijhandel

Laten we de voor- en nadelen van vrijhandel bekijken aan de hand van Nigeria, een land in Afrika. Nigeria was een kolonie van het Verenigd Koninkrijk, ligt gunstig aan de evenaar met bevaarbare rivieren, heeft een gunstig klimaat voor landbouw en is rijk aan delfstoffen, vooral olie.

Nadelen van vrijhandel voor Nigeria

Goedkope voedselimport: Door vrijhandel kunnen landen met een grote voedselproductie (zoals de VS en de EU, die machines en exportsubsidies gebruiken) hun overschotten 'dumpen' op de Nigeriaanse markt tegen zeer lage prijzen.

Verdringing van eigen voedselproductie: Nigeriaanse boeren kunnen niet concurreren met deze goedkope import, waardoor hun landbouw onderuitgaat en boeren failliet gaan.

Afhankelijkheid van import: Als de eigen voedselproductie wegvalt, wordt Nigeria afhankelijk van import voor zijn voedselvoorziening.

Voordelen van vrijhandel voor Nigeria

Makkelijke export van delfstoffen en handelsgewassen: Nigeria kan zijn olie, palmolie en rubber gemakkelijker exporteren, wat veel oplevert.

Goedkope import van graan: Voor de Nigeriaanse consument betekent vrijhandel goedkope import van basisvoedsel zoals rijst en maïs. Dit is een voordeel voor de consument, maar kan dus tegelijkertijd de eigen voedselproductie schaden.

Uitdagingen voor economische globalisering en de roep om protectionisme

Hoewel vrijhandel de economische globalisering stimuleert, zijn er ontwikkelingen die deze globalisering afremmen en de roep om protectionisme vergroten.

Brexit: Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie heeft geleid tot nieuwe handelsbelemmeringen tussen het VK en de EU. Producten zijn duurder geworden aan beide kanten, en de Britse economie is gekrompen.

Sancties: Door de oorlog in Oekraïne zijn er sancties ingesteld tegen Rusland, waardoor bijvoorbeeld aardolie en aardgas niet meer worden geïmporteerd. Dit vermindert de economische verwevenheid en globalisering.

Exportbeperkingen: China heeft te maken met exportbeperkingen op technologisch vervaardigde producten, deels vanwege zorgen over patenten en intellectueel eigendom. Dit remt de globalisering af.

De nadelen van globalisering voor grote groepen mensen maken handelsbelemmeringen populairder. Dit zie je terug in:

Klimaatbeleid en milieuzorg: Onbeperkte vrijhandel kan nadelig zijn voor het milieu en maatregelen tegen klimaatverandering.

Arbeidsomstandigheden en welvaartsverdeling: Globalisering heeft niet iedereen evenveel voordeel gebracht, wat leidt tot een schevere welvaartsverdeling en een roep om bescherming van de eigen arbeidsmarkt.

Voorbeeld: subsidies op energiezuinig gekweekte biologische tomaten

Stel, de Nederlandse overheid geeft subsidies op biologisch geteelde tomaten die in energiezuinige kassen worden gekweekt. Waarom is dit een protectionistische maatregel?

Een subsidie zorgt ervoor dat het eindproduct, de biologische tomaat, goedkoper wordt voor de consument. De Nederlandse teler is zeker van zijn inkomsten. Echter, niet elke producent wereldwijd komt in aanmerking voor deze subsidie.

De situatie: Een energiezuinig gekweekte tomaat in Nederland kost in de winkel bijvoorbeeld €2,50 per kilo, mede dankzij de subsidie. Een Marokkaanse tomatenteler produceert tomaten met veel minder energie (omdat het daar warmer is) en zou deze voor €2,00 per kilo kunnen aanbieden, maar krijgt geen subsidie.

Het gevolg: Door de subsidie kan de Nederlandse tomaat, ondanks mogelijk hogere productiekosten zonder subsidie, concurrerend of zelfs goedkoper zijn dan de Marokkaanse tomaat. De Nederlandse consument kiest voor de goedkopere of gesubsidieerde tomaat.

Het effect: De Nederlandse teler verkoopt zijn tomaten en ontvangt zijn betaling (deels via de subsidie). De Marokkaanse tomatenteler maakt verlies, omdat zijn tomaten niet worden verkocht omdat ze duurder zijn in de Nederlandse winkel.

Zo zie je hoe een goedbedoelde subsidie, gericht op duurzaamheid, een concurrentienadeel kan betekenen voor buitenlandse producenten en daarmee een vorm van protectionisme is. Dit soort afwegingen zijn cruciaal bij het bespreken van economische globalisering, vrijhandel en protectionisme.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo