Welke drie typen rivieren worden er onderscheiden in deze les?
Leerdoelen
•Welke soorten rivieren zijn er en welke kenmerken hebben die rivieren?
•Wat is het lengteprofiel van een rivier en waarom is dat belangrijk?
•Wat zijn gevolgen van klimaatverandering / opwarming voor rivieren?
•Welke begrippen moet je kennen?
Soorten rivieren
Gletsjerrivier
•Bestaan hoofdzakelijk uit smeltwater.
•Ontspringt in een gebied met gletsjers / eeuwige sneeuw (boven de sneeuwgrens), bv: Alpen, Andes, Himalaya, Scandinavisch hoogland.
•Piekafvoer in voorjaar en zomer
•Groot verval in bovenloop
•Smalle rivierbedding in bovenloop.
•Voorbeelden zijn de Rijn en Donau (in hun bovenloop), Missouri, Rio Grande, Salado.
Regenrivieren
•Bestaan uit regen / neerslag (incl. van zijrivieren en grondwater).
•Ontspringt in hoger gelegen gebieden, bv. Ardennen, Schotse hoogland, Plateau van MatoGrosso.
•Piekafvoer in seizoen met meeste neerslag.
•Verval afhankelijk van meetpunt, bv. midden- of benedenloop.
•Brede rivierbedding in benedenloop.
•Voorbeelden zijn de Maas, IJssel, Schelde, Mississippi.
Gemengde rivier
•Start als gletsjerrivier maar midden- en/of benedenloop zijn regenrivier (zijrivieren).
•Piekafvoer kan op meer momenten.
•Verval afhankelijk van meetpunt, bv. midden- of benedenloop.
•Brede rivierbedding in benedenloop.
•Voorbeelden zijn de Rijn, Donau, Amazone.
Opbouw van een rivier
Een rivier kent typisch een lengteprofiel bestaande uit bovenloop, middenloop, en benedenloop. De bovenloop kenmerkt zich door steile hellingen, nauwe valleien en een hoge stroomsnelheid. De middenloop laat al breder wordende beddingen zien, met een verminderd verval. De benedenloop is het meest vlak met brede rivierbeddingen waar de stroomsnelheid afneemt en meanderen vaak voorkomt, uitmondend in een delta of estuarium.

Gevolgen van klimaatverandering op rivieren
Klimaatverandering leidt tot meer verdamping en onregelmatiger neerslag, waardoor extreme weersomstandigheden zoals hevige regenbuien frequenter kunnen voorkomen. Dit zal resulteren in onregelmatige waterafvoer met hogere piekafvoeren in rivieren, waardoor het risico op overstromingen toeneemt.
Tegelijkertijd veroorzaakt de opwarming een toename in smeltwater afkomstig van gletsjers en landijs, wat een hoger debiet in de rivieren tot gevolg heeft. Echter, de stijgende zeespiegel, mede veroorzaakt door het smelten van het ijs, bemoeilijkt de afvoer van rivierwater naar de zee, waardoor verdere complicaties zoals verzilting en bodemerosie kunnen ontstaan.













