Noem de drie belangrijkste soorten neerslag.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe water van vorm kan veranderen.
•Je kunt beschrijven hoe stijgingsregen, stuwingsregen en frontale regen ontstaan.
•Je kunt verklaren hoe neerslag in Nederland ontstaat.
Vormverandering van water
Water kan voorkomen in verschillende vormen, namelijk: ijs (vaste vorm), water (vloeibare vorm) en waterdamp (gasvormig). Afhankelijk van de temperatuur kan water tussen deze vormen wisselen. Bij hele koude temperaturen verandert water in ijs. Als je water kookt, wordt het erg heet en zie je het veranderen in waterdamp.
Twee belangrijke processen hierbij zijn:
•Verdampen: dit gebeurt als water zo warm wordt dat het verandert in waterdamp (een gas).
•Condenseren: dit is het omgekeerde proces. Als waterdamp afkoelt, verandert het weer terug in water (vloeibaar).

Soorten neerslag
Er zijn verschillende manieren waarop neerslag ontstaat. De drie belangrijkste soorten neerslag zijn: stijgingsregen, stuwingsregen en frontale regen. Hieronder worden deze manieren uitgelegd.
Stijgingsregen
Stijgingsregen ontstaat vooral op plekken waar het erg warm is, zoals rond de evenaar.
1.De lucht in deze gebieden warmt op door de zon.
2.Warme lucht is lichter en heeft de neiging om op te stijgen.
3.Warme lucht kan veel waterdamp vasthouden.
4.Hoog in de atmosfeer koelt de lucht langzaam af, want hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt.
5.Koude lucht kan minder waterdamp vasthouden dan warme lucht.
6.De waterdamp in de afkoelende lucht verandert weer terug in waterdruppeltjes (condensatie).
7.Deze druppeltjes worden zwaarder en vallen als regen naar beneden.

Stuwingsregen
Stuwingsregen ontstaat vaak bij gebergtes.
1.Lucht die tegen een berg aanwaait, kan niet door de berg heen.
2.De lucht wordt gedwongen om tegen de berg op te stijgen.
3.Net als bij stijgingsregen, koelt de lucht af naarmate deze hoger komt.
4.De waterdamp in de afkoelende lucht condenseert en verandert in water.
5.Dit water valt als regen.
Bij een gebergte ontstaan hierdoor twee kanten:
•De loefzijde: dit is de kant van de berg waar de wind tegenaan waait. Hier stijgt de lucht op, koelt af, condenseert en valt de meeste regen. Het is de 'regenkant'.
•De lijzijde: dit is de kant van de berg die in de luwte ligt. Vaak is de lucht hier al uitgeregend als deze over de berg komt en daalt deze als droge lucht. Het is de 'droge kant' van de berg.

Frontale regen
Frontale regen ontstaat door een botsing van warme en koude luchtmassa's.
1.Dit gebeurt vaak rond de 60 graden noorder- of zuiderbreedte. Op deze breedtegraden ontmoeten warme lucht (die bijvoorbeeld vanaf 30 graden breedte, vanuit woestijngebieden, komt) en koude lucht (die vanaf de 90 graden breedte, zoals de Noordpool, komt) elkaar.
2.Warme lucht is lichter dan koude lucht.
3.Wanneer de warme en koude lucht botsen, schuift de warme lucht over de zwaardere, koude lucht heen en stijgt op.
4.Hoog in de atmosfeer koelt de opstijgende warme lucht af.
5.De waterdamp in de lucht condenseert weer tot waterdruppels.
6.Deze druppels vallen als regen.

Neerslag in Nederland
Nederland ligt op ongeveer 51 graden noorderbreedte. Zoals besproken vindt rond de 60 graden veel frontale regen plaats. Ook in Nederland is er veel frontale regen door de botsing van warme lucht vanaf de woestijn met koude lucht vanaf de Noordpool Hierdoor ervaren we in Nederland vaak neerslag als gevolg van frontale regen.













