Leg uit wat breedteligging is en hoe het de temperatuur en het klimaat van een gebied kan beïnvloeden. Geef voorbeelden van klimaten die voorkomen in lage, gematigde en hoge breedteliggingen.
Leerdoelen
•Je weet wat lage, gematigde en hoge breedte betekent en kunt dit aanwijzen op een kaart
•Je kent de klimaten die we op aarde hebben
•Je kunt benoemen welke klimaatgrafiek bij welk klimaat hoort
Breedteligging en klimaten
•Lage breedte: 0-30 graden
•Gematigde breedte: 30-60 graden
•Hoge breedte: 60-90 graden

Klimaatgrafieken
•X-as: staat voor maanden van het jaar
•Y-as: staat voor neerslag (mm) en temperatuur (°C)
Tropisch regenwoudklimaat
•Hoge temperatuur (altijd boven 18°C)
•Vrijwel elke dag regen
•Weinig seizoenverschil

Savanneklimaat
•Hoge temperatuur (altijd boven 18 °C)
•Lange regenperiode en korte droge periode

Steppeklimaat
•Hoge temperatuur (altijd boven 18 °C)
•Kort regenseizoen en lang droogseizoen

Woestijnklimaat
•Weinig neerslag
•Groot verschil tussen dag- en nachttemperatuur

Zeeklimaten
•Middellandse Zeeklimaat: warme, droge zomers en zachte winters Gematigd zeeklimaat: regen het hele jaar door, mildere zomers

Landklimaat
•Groot verschil tussen zomer- en wintertemperatuur Geen invloed van de zee

Toendraklimaat
•Lage temperaturen (altijd onder 10 °C) Permafrost

Poolklimaat
•Zeer lage temperaturen (vrijwel altijd onder 0 °C) Weinig neerslag (in de vorm van sneeuw)

Hooggebergteklimaat
•Komt voor in gebieden boven 1500 m
•Loefzijde met veel neerslag, lijzijde met weinig neerslag
•Per km omhoog, 6 ˚C
Klimaat in Nederland
•Gematigd zeeklimaat
•Veel regen het hele jaar door
•Gematigde zomer- en wintertemperaturen














