Leg uit wat sociale ongelijkheid is.
Leerdoelen
•Je kunt ongelijkheid meten.
•Je kunt uitleggen hoe verschillen in welvaart en welzijn tussen steden en platteland zijn ontstaan.
•Je kunt uitleggen wat de duale economie is en hoe je dat kan zien.
•Je kunt uitleggen hoe de duale economie zichtbaar is in steden en op het platteland.
•Je kunt uitleggen wat de gevolgen van die duale economie zijn voor verschillende landen in Zuid-Amerika.
Welvaart en ongelijkheid
Welvaart meet je met het BBP of BNP per hoofd (land) of BRP per hoofd (regio). Nadelen van deze methode zijn, dat het gaat om het gemiddelde van het hele gebied en dat er geen beeld is van de informele sector.
Ongelijkheid betekent dat de een meer welvaart en kansen heeft dan de ander. Er zijn twee soorten ongelijkheid:
•Sociale ongelijkheid: grote en ongewenste verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen bevolkingsgroepen.
•Regionale ongelijkheid: grote en ongewenste verschillen in ontwikkeling tussen gebieden.

Meten van ongelijkheid
Ongelijkheid wordt gemeten met de Lorentz-curve en de Gini-coëfficiënt. De Lorentz-curve laat zien hoe het inkomen verdeeld is over de bevolking. Op de x-as is het aandeel van de bevolking weergeven. Op de y-as is het opgetelde inkomen van een land weergeven. Hoe boller de curve, hoe ongelijker de verdeling. De Gini-coëfficiënt is een cijfer tussen 0 en 1; hoe dichter bij 1, hoe ongelijker de verdeling.

Welvaartsverschillen tussen stad en platteland
In Zuid-Amerika is het platteland vaak armer dan de steden. Op het platteland werken mensen vooral in de landbouw, wat minder oplevert. Er is ook sprake van specialisatie in exportgewassen, ook wel monocultuur genoemd. Dit is het grootschalig en intensief telen van één soort gewas, wat leidt tot mechanisatie en minder werkgelegenheid. Dit zorgt voor migratie naar steden, waar meer werk is in de industrie (secundaire sector) en diensten (tertiaire sector).De informele sector wordt niet meegenomen.
Gevolgen nationaal schaalniveau
•migratie naar steden.
•toenemende sociale en regionale ongelijkheid.
•Sociale polarisatie: groepen gaan steeds meer met elkaar om en komen zelfs tegenover elkaar te staan.
Gevolgen regionaal/continentaal schaalniveau
•inkomensverschillen tussen landen nemen toe.
De duale economie
Een duale economie bestaat uit een formele en een traditionele sector. De formele sector is modern en kapitaalsintensief, en geglobaliseerd. De traditionele sector is kleinschalig, vaak informeel, en gericht op zelfvoorziening.
Formele sector | Traditionele sector |
|---|---|
Kapitaalsintensieve industrie | Kleinschalige bedrijvigheid |
Hoogwaardige technologie in industrie en diensten | Lage arbeidsproductiviteit Zelfvoorzienend |
Geglobaliseerd | Informele economie |
In steden | In steden en op platteland |
Stijgende welvaart | Welvaart blijft achter |
Er is ook sprake van duale economie op het platteland. Dit gaat tussen grote landbouwbedrijven gefocust op winst en kleine keuterboeren die gericht zijn op overleven. Ook in steden is er sprake van duale economie. Het contrast tussen favela's grenzend welgestelde buurten is duidelijk zichtbaar.
Gevolgen van de duale economie
De duale economie leidt tot toenemende sociale en regionale ongelijkheid. Er is een migratie naar steden, wat leidt tot de groei van sloppenwijken en de informele dienstensector. Er ontstaat ook ruimtelijke segregatie wat leidt tot sociale polarisatie, met welgestelde wijken die zich afscheiden van armere gebieden.

Waarom nemen inkomensverschillen toe, terwijl de welvaart stijgt?
Hoewel de welvaart in Zuid-Amerika stijgt, nemen de inkomensverschillen toe. De oorzaak van de welvaarttoename is de groei van de industrie en dienstensector. De grootste welvaartsstijging vindt plaats in steden en in landen die landbouwproducten en grondstoffen exporteren. De winsten komen vooral terecht bij grote bedrijven, niet bij de bevolking in de traditionele sector. De welvaart stijgt minder in de traditionele sector, zowel in steden als platteland. Door deze factoren blijven de sociale en regionale ongelijkheden in Zuid-Amerika toenemen, ondanks de algemene stijging van de welvaart.













