Welke rol spelen steden in de economische ontwikkeling van Zuid-Amerika?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen welke economische ontwikkelingsprocessen er voordoen in Zuid-Amerika en wat de verwachte gevolgen hiervan zijn.
•Je kunt uitleggen hoe de meeste Zuid-Amerikaanse landen zich in de postkoloniale periode (economisch) hebben ontwikkeld. Je kunt uitleggen waar ze hun BNP mee verdienen, vroeger en nu. Je kunt uitleggen of dit veranderd is en in elk land op dezelfde manier.
•Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen importsubstitutie en exportvalorisatie. Je kunt uitleggen waarom exportvalorisatie meer oplevert voor een economie/BNP.
•Je kunt uitleggen wat het verband is tussen de economische ontwikkeling van Zuid-Amerika en de integratie van de infrastructuur. Je kunt uitleggen waarom die integratie belangrijk is. Je kunt uitleggen welke landen binnen Zuid-Amerika er het meest van profiteren.
De economische ontwikkeling van Zuid-Amerika
Zuid-Amerika kent een economische ontwikkeling die met verschillende snelheden verloopt. Over de afgelopen 10 tot 20 jaar is er in de meeste Zuid-Amerikaanse landen een aanzienlijke welvaartsgroei geweest. Toch is er nog een enorm verschil in welvaart vergeleken met bijvoorbeeld Nederland. In Afbeelding 1 is het bruto binnenlands product (BBP) per hoofd van de bevolking van Nederland is afgezet tegen dat van enkele Zuid-Amerikaanse landen.

Er is een duidelijke samenhang tussen de hoogte van het BBP en de score op de Human Development Index (HDI). Hoe welvarender een land, hoe hoger de score op de HDI, wat duidt op een algemeen hogere levensstandaard. Hoewel landen als Brazilië (bekend als BRICS-land) economisch sterk presteren, zijn er andere Zuid-Amerikaanse landen die soms nog hoger uitkomen in deze welvaartsoverzichten.
Export van grondstoffen en landbouwproducten
De economische ontwikkeling van Zuid-Amerika is historisch gezien sterk gericht op de export van grondstoffen en landbouwproducten. Deze focus bestond al in de koloniale periode en is tot op heden van invloed gebleven.
Grootgrondbezit en commerciële landbouw
In landen waar de landbouwsector dominant is, heeft zich door de eeuwen heen een ontwikkeling van grootgrondbezit voorgedaan. Dit staat tegenover de situatie van kleine boeren. Grootgrondbezit is vaak te herkennen aan de aanwezigheid van plantages, waar grootschalige, commerciële landbouw wordt gedreven die specifiek gericht is op exportgewassen. Kleine boeren daarentegen zijn vaak meer zelfvoorzienend; zij produceren voor eigen consumptie, voor hun gemeenschap, of voor een binnenlandse afzetmarkt. Het verschil tussen deze twee systemen is groot.
Het bezit van grote stukken land door een kleine groep mensen heeft in het verleden geleid tot het ontstaan van een bevoorrechte groep, ook wel een oligarchie genoemd. Deze groep, vaak aangeduid als elites, heeft veel macht en invloed. Hierbij hoort soms ook het fenomeen van cliëntelisme, waarbij mensen afhankelijk zijn van gunsten van machthebbers, wat soms kan leiden tot corruptie.
De rol van steden
De commerciële landbouw en de export van producten vereisen efficiënte transportroutes. Dit heeft geleid tot een belangrijke rol voor steden, met name kustplaatsen, die fungeren als havens voor zowel de export van agrarische producten als de import van goederen die nodig zijn voor de commerciële landbouw.
Industrialisatie en verstedelijking
Industrialisatie heeft ook een belangrijke rol gespeeld, vooral in landen als Argentinië, Brazilië en Chili, die hierin vooroplopen. Door de grootschalige commerciële landbouw en de mechanisering hiervan is er minder behoefte aan arbeidskrachten in de landbouw. Dit proces wordt de-agrarisatie genoemd. Minder mensen verdienen hun geld in de landbouw. Veel mensen die hun baan in de landbouw verliezen, trekken naar de steden in de hoop daar werk te vinden, wat bijdraagt aan verstedelijking.
Welvaartsgroei en ongelijkheid
De industrialisatie en de groei van steden hebben geleid tot een toename van de welvaart in de stedelijke gebieden. Echter, deze welvaartsgroei heeft vaak ook de ongelijkheid vergroot, zowel tussen steden en platteland als tussen verschillende groepen binnen de steden.
Van importsubstitutie naar exportvalorisatie
De industrialisatie in Zuid-Amerika richtte zich aanvankelijk op importsubstitutie, de vervanging van importgoederen door zelf geproduceerde goederen. Later is de focus verschoven naar exportvalorisatie.
•Importsubstitutie: bij importsubstitutie produceert een land zelf goederen die anders geïmporteerd zouden worden.
•Voordelen: de eigen industrie groeit en de welvaart kan toenemen door besparingen op import.
•Nadelen: machines voor deze industrie moeten vaak duur geïmporteerd worden, en die zijn nooit goedkoop. Daarnaast is de binnenlandse afzetmarkt in veel Zuid-Amerikaanse landen niet altijd groot genoeg om de productie rendabel te maken.
•Exportvalorisatie: hierbij wordt meer waarde toegevoegd aan de producten die geëxporteerd worden. Dit gebeurt door grondstoffen of landbouwproducten te bewerken tot halffabricaten of eindproducten.
•Voorbeeld: de waarde van een kastje is hoger dan de waarde van de planken waaruit het is gemaakt, en die weer hoger is dan de waarde van de gezaagde bomen. Door hout niet als ruwe boomstammen, maar als planken of kasten te exporteren, neemt de exportwaarde toe.
Een voordeel is dat de industrie groeit en de welvaart enorm toeneemt. Dankzij vrijhandel is de hele wereld de afzetmarkt, wat de exportkansen vergroot.
Factoren achter industrialisatie en het ‘vliegende ganzen model’
De industrialisatie kwam op gang door een combinatie van factoren: veel Zuid-Amerikaanse landen hebben een grote, jonge bevolking, wat leidt tot concurrentie op de arbeidsmarkt en dus lage lonen. In combinatie met de ontwikkeling van vrijhandel, namen buitenlandse investeringen toe. Deze investeringen kwamen onder andere uit de Verenigde Staten en Europese landen, die industrieën uitschoven naar Zuid-Amerika.
Binnen Zuid-Amerika zie je ook een doorschuifeffect: wanneer loonkosten in een land stijgen door welvaartsgroei, kan een investeerder ervoor kiezen om te investeren in een ander land met lagere kosten. Dit fenomeen, waarbij investeringen verplaatsen naar plekken met gunstiger kosten, wordt het vliegende ganzen model genoemd, analoog aan ganzen die een weiland kaalvreten en vervolgens naar het volgende weiland trekken.
Global Shift en infrastructuur
De global shift is een verschuiving van het economisch zwaartepunt in de wereld. Traditioneel lag dit zwaartepunt in de Atlantische oceaangebieden (Noordwest-Europa, Noord-Amerika), maar het verschuift nu naar regio's rond de Stille Oceaan, zoals de westkust van Noord-Amerika, China, Zuidoost-Azië en India.
Uitdagingen voor Zuid-Amerikaanse export
Voor Zuid-Amerika betekent deze verschuiving een uitdaging. Veel industrie en oliewinning vinden plaats aan de oostkust van Zuid-Amerika. Om deze producten naar het nieuwe economische zwaartepunt in Azië te exporteren, moeten grote afstanden worden overbrugd. Scheepvaart is hiervoor essentieel, maar Zuid-Amerika kent natuurlijke barrières:
•Andesgebergte: een formidabel gebergte dat een directe oost-westverbinding bemoeilijkt.
•Panamakanaal: een oud kanaal dat niet diep genoeg is voor de grootste schepen en ook te maken heeft met problemen zoals droogte, wat de diepgang beperkt.
•Kaap Hoorn: de zuidelijke punt van Zuid-Amerika, waar ijsgang grote schepen een deel van het jaar de doorgang belemmert.
Nieuwe infrastructuur en Chinese investeringen
Om deze barrières te overwinnen en de export naar Azië te vergemakkelijken, wordt er geïnvesteerd in nieuwe verbindingen naar de westkust van Zuid-Amerika. China investeert hierin, gezien hun grote behoefte aan grondstoffen.
•Wegen en infrastructuur over de Andes: er worden nieuwe wegen aangelegd die over grenzen heen gaan, waarbij gezocht wordt naar lagere passen in de Andes, soms door het Amazonegebied.
•Nieuwe kanalen: er zijn plannen voor bijvoorbeeld een tweede Panamakanaal of een kanaal door Nicaragua.
Deze investeringen veranderen de oriëntatie en rol van Zuid-Amerikaanse landen in de wereldeconomie. Landen als Brazilië zijn niet langer louter vragende partijen, maar nemen steeds vaker deel aan het debat over de wereldeconomie.
Voor- en nadelen van infrastructuurprojecten
De aanleg van deze infrastructuur heeft zowel voor- als nadelen, en het is belangrijk je af te vragen voor wie deze voordelen en nadelen gelden. Profiteren vooral de geïndustrialiseerde landen die de grondstoffen importeren, of ook de grondstoffenleveranciers in Zuid-Amerika?
Er zijn ook belangrijke vragen rond de impact op het Amazonegebied, waar delen van de nieuwe infrastructuur doorheen lopen. Dit raakt aan belangen van de inheemse bevolking, de biodiversiteit en de noodzaak om duurzaamheid te waarborgen. Deze projecten vereisen een afweging van economische, sociale en ecologische dimensies op verschillende schaalniveaus.
Tertiarisering: de groei van de dienstensector
Een andere belangrijke ontwikkeling in Zuid-Amerika is tertiairisering, de groei van de dienstensector. Dit omvat zowel de formele als de informele dienstensector, waarbij de informele sector in sommige landen zeer groot is. De economie kan hierdoor ook een duale economie genoemd worden, wat betekent dat er aanzienlijke verschillen zijn in kansen en mogelijkheden binnen de verschillende economische sectoren.
Onzekere economische toekomst van veel Zuid-Amerikaanse landen
Ondanks de welvaartsgroei en economische ontwikkelingen, blijft de economische toekomst van veel Zuid-Amerikaanse landen onzeker. Dit komt door een aantal factoren:
•Afhankelijkheid van grondstoffenexport: een groot deel van het bruto nationaal product van veel Zuid-Amerikaanse landen is afhankelijk van de export van grondstoffen en landbouwproducten. Hoewel de vraag hiernaar de afgelopen jaren is toegenomen en de welvaart heeft gestimuleerd, bestaat het exportpakket van sommige landen vaak uit slechts één of twee van dit soort producten.
•Winsten vloeien weg: investeringen in complexe winningsprocessen worden vaak gedaan door buitenlandse bedrijven met de benodigde kennis. Dit betekent dat de winsten uit de grondstoffenwinning naar deze buitenlandse bedrijven vloeien.
•Invloed op wereldmarktprijzen: de prijs van grondstoffen wordt bepaald op de wereldmarkt. Grote afnemers, vaak in geïndustrialiseerde landen, sluiten langjarige contracten af, waardoor zij de prijzen laag kunnen houden. Wanneer er bovendien veel aanbieders van dezelfde grondstoffen zijn, kunnen afnemers de laagste prijs kiezen.
Deze factoren leiden ertoe dat Zuid-Amerikaanse landen een geringe invloed hebben op de prijzen van hun belangrijkste exportproducten, wat de hoogte van hun BNP onzeker maakt en de economische toekomst kwetsbaar.













