Landbouw in Polen en Nederland

Landbouw in Polen en Nederland

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 17:43
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Wat zijn twee belangrijke kenmerken van de landbouw in Nederland?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt de belangrijkste kenmerken van agrarische bedrijven in Nederland en Polen benoemen en vergelijken.

Je kunt analyseren wat de voor- en nadelen zijn van het Europese landbouwbeleid voor consumenten, boeren, agribedrijven en grootwinkelbedrijven.

Je kunt uitleggen wat de gevolgen zijn van recente en toekomstige uitbreidingen van de Europese Unie voor het landbouwbeleid, Europese consumenten en agrarische bedrijven.

Kenmerken van landbouwbedrijven in Nederland en Polen

Export en import

Nederland staat bekend om zijn grote export en import van landbouwproducten. Soms zijn deze twee zelfs met elkaar verbonden; denk aan de import van soja dat als veevoer dient voor de Nederlandse vleesindustrie, die vervolgens weer vlees exporteert. Polen daarentegen heeft vooral een grote export van specifieke voedingsproducten, met name groenten en vlees.

Productiviteit en specialisatie

De productiviteit van landbouwbedrijven verschilt sterk. Nederlandse bedrijven profiteren van een gunstig klimaat en halen een hoge opbrengst van het land door het gebruik van hoogwaardige kunstmest, veevoer en bestrijdingsmiddelen. De Nederlandse landbouw kenmerkt zich door specialisatie en innovatie, wat leidt tot zeer intensieve bedrijven. Dit betekent bijvoorbeeld veel dieren op een hectare grond of in een stal, zoals gemeten kan worden aan het aantal kippen per vierkante meter. Deze grote bedrijven hebben een enorm hoge productiviteit.

In Polen is de productiviteit een stuk lager dan in Nederland. Sinds de toetreding van Polen tot de Europese Unie en deelname aan het Europese landbouwbeleid stijgt de productiviteit wel, maar blijft deze nog steeds achter bij die van Nederlandse bedrijven. Wel is er in Polen sprake van schaalvergroting, een proces dat je ook in de rest van de EU zag na 1957. Europese subsidies dragen hieraan bij. Veel bedrijven zijn hierdoor in handen gekomen van of aangesloten bij landbouw-MNO's (multinationale ondernemingen).

Bedrijfsgrootte en grondgebondenheid

Een gemiddeld Nederlands landbouwbedrijf is ongeveer 34 hectare groot. Nederland kent veel niet-grondgebonden landbouw, zoals tuinbouw in kassen of veeteelt in grote stallen. Deze bedrijven zijn niet afhankelijk van de grond waarop ze staan, omdat de productie vaak in bakken, rekken of stallen plaatsvindt. Dit betekent dat ze in principe overal gevestigd kunnen worden.

In Polen is een gemiddeld bedrijf ongeveer 10 hectare. Door de schaalvergroting verdwijnen veel kleine bedrijven, die worden overgenomen door grotere bedrijven die de grond gebruiken om verder te groeien. De Poolse landbouw is over het algemeen meer grondgebonden dan de Nederlandse.

De agrarische productieketen en agribusiness

De landbouwproductieketen omvat verschillende partijen die samenwerken om voedsel van het land naar de consument te brengen.

De keten van producent tot consument

De productieketen bestaat uit:

Toeleverende industrie: bedrijven die veevoer, zaden en bestrijdingsmiddelen leveren.

Boerenbedrijven: producenten van gewassen, vlees of zuivel.

Voedselverwerkers: bedrijven die de producten van boeren afnemen en bewerken (bijvoorbeeld verpakken van groenten en fruit, of maken van kant-en-klaarmaaltijden).

Supermarkten en horeca: grootwinkelbedrijven die de verwerkte producten inkopen en verkopen.

Consumenten: de eindgebruikers die de producten kopen.

De consument betaalt 100% van de prijs voor een product. Echter, van deze omzetprijs ontvangt de boer uiteindelijk maar ongeveer 20% als opbrengst. De rest gaat op aan kosten en marges van de andere partijen in de keten.

De opkomst van agribusiness en MNO's

De laatste jaren is er een belangrijke ontwikkeling: de opkomst van agribusiness. Dit zijn bedrijven die actief zijn in meerdere schakels van de agrarische bedrijfskolom. Grootwinkelbedrijven willen zo goedkoop mogelijk inkopen en zekerheid hebben over hun inkoopprijs. Dit doen ze door bijvoorbeeld voedselverwerkende bedrijven te bezitten, er aandelen in te hebben, of rechtstreekse afspraken te maken met boeren. Op deze manier krijgen ze grip op de kosten, inclusief transport, handel en verkoop van agrarische producten.

Dit leidt tot de vorming van voedsel-MNO's, multinationale ondernemingen die vestigingen hebben in verschillende onderdelen van de bedrijfskolom en in verschillende landen. Voor een boer kan een contract met zo'n agribusiness gunstig zijn, omdat het zekerheid biedt over inkomsten. De boer weet van tevoren wat hij voor zijn oogst krijgt. Soms gaat dit echter gepaard met 'gedwongen winkelnering', waarbij de boer verplicht is zaden of veevoer van hetzelfde MNO te kopen, wat niet altijd de meest gunstige prijs oplevert.

Een voorbeeld hiervan is een akker met een bord "hier groeien onze pannenkoeken". Dit duidt erop dat de akker via via eigendom is van een Nederlands grootwinkelbedrijf. De boer die de akker bewerkt, weet zeker dat zijn oogst wordt afgenomen, maar de bestemming van het graan (pannenkoeken) is al vastgelegd. Dit verandert de positie van de boer aanzienlijk.

Uitdagingen voor boeren in de EU

Boeren in de Europese Unie staan voor diverse uitdagingen die hun bedrijfsvoering beïnvloeden.

Stijgende kosten en lage opbrengsten

De toeleverende industrie krijgt te maken met eisen voor duurzamere productie. Boeren zelf zien de grondprijzen stijgen, vooral in landen met weinig beschikbare grond zoals Nederland. Grond is duur en wordt steeds duurder. Daarnaast hebben boeren te maken met veranderingen in de sector, waarbij ze niet meer direct met een voedselverwerker te maken hebben, maar vaker met een agribusiness die de hele keten beheerst.

De opbrengsten voor landbouwproducten zijn relatief laag; zoals eerder genoemd, krijgt een boer slechts ongeveer 20% van de omzetprijs. Tegelijkertijd stijgen de kosten, onder andere door de toenemende eisen aan de productie.

Wereldwijde concurrentie en regelgeving

Boeren ervaren wereldwijde concurrentie als gevolg van globalisering. Daarnaast moeten ze voldoen aan steeds meer eisen op het gebied van productie. Deze eisen hebben betrekking op:

Duurzaamheid: minder stikstofuitstoot.

Gezondheid: aandacht voor gezonde voeding.

Dierenwelzijn: diervriendelijk produceren.

Deze eisen, vaak gesteld in het kader van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en overgenomen door lidstaten als Nederland en Polen, maken het boeren niet altijd gemakkelijk.

Schaalvergroting als noodzaak

Door de wereldwijde concurrentie en de toenemende eisen lijkt schaalvergroting noodzakelijk om te kunnen overleven. Dit vraagt echter om forse investeringen in bijvoorbeeld stallen en machines. Het lenen van geld voor deze investeringen brengt grote risico's met zich mee, omdat de boer zeker moet zijn van voldoende inkomsten om de leningen af te lossen. Een contract met een agribusiness kan hierbij interessant zijn, omdat het inkomenszekerheid biedt.

Kleine boeren staan vaak voor een moeilijke keuze:

Doorgaan: dit betekent vaak schaalvergroten, wat in Nederland door de hoge grondprijzen lastig is.

Verhuizen: naar een ander land met lagere productiekosten, zoals Polen.

Stoppen: bijvoorbeeld door gebrek aan een opvolger.

Deze uitdagingen leiden tot het verdwijnen van veel kleine bedrijven en het ontstaan van minder, maar grotere landbouwbedrijven. De onzekerheid, lage opbrengsten en hoge, stijgende kosten kunnen leiden tot boerenprotesten, zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien.

Gevolgen van EU-uitbreiding voor de landbouw

De Europese Unie staat mogelijk voor uitbreiding met nieuwe lidstaten, voornamelijk Midden- en Oost-Europese landen. Dit heeft zowel kansen als bedreigingen voor de landbouwsector.

Kansen

Meer landbouwareaal: nieuwe lidstaten brengen extra landbouwgrond met zich mee, wat de totale productiecapaciteit binnen de EU vergroot. Denk bijvoorbeeld aan Oekraïne, een grote graanproducent.

Groter aanbod van voedselproducten: gebieden in andere microklimaten kunnen zorgen voor een diverser aanbod van voedselproducten, wat gunstig is voor consumenten, agribusiness en boeren.

Grotere afzetmarkt: een grotere interne markt binnen de EU maakt het makkelijker om producten te exporteren en te verkopen.

Kwalitatief goed voedsel: nieuwe lidstaten moeten voldoen aan de EU-eisen voor landbouwproductie, wat de kwaliteit van het voedsel voor Europese consumenten waarborgt.

Bedreigingen

Verdeling van subsidies: de EU-landbouwsubsidies moeten over meer lidstaten verdeeld worden, waardoor er mogelijk minder overblijft voor boeren in de huidige lidstaten.

Grotere concurrentie: de concurrentie binnen de EU neemt toe door de toetreding van nieuwe landen.

Voldoen aan eisen: het is de vraag of alle nieuwe landen direct kunnen voldoen aan de strenge Europese eisen voor landbouwproductie. Dit kan leiden tot discussies over het versoepelen van deze eisen, wat nadelig kan zijn voor consumenten.

Waarom Nederlandse boeren naar Polen verhuizen

De combinatie van factoren in Nederland en Polen verklaart waarom Nederlandse boeren soms besluiten hun bedrijf naar Polen te verplaatsen.

In de EU gelden veel regels voor landbouwproductie. De winstmarges voor boeren zijn klein door wereldwijde concurrentie. Om deze concurrentie aan te kunnen, lijkt schaalvergroting de enige oplossing, maar dit vereist forse investeringen in bijvoorbeeld stallen en machines.

Nederlandse boeren hebben bovendien te maken met extreem hoge grondprijzen en beperkte ruimte. Uitbreiden van een bedrijf in Nederland kost daardoor veel geld. Polen biedt hier een alternatief, met lagere productiekosten, waaronder waarschijnlijk lagere grondprijzen en mogelijk lagere arbeidskosten. Dit maakt Polen een aantrekkelijke bestemming voor Nederlandse boeren die willen uitbreiden en concurrerend willen blijven.

Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo