Wat is het centrum-periferiemodel en wat voor landen vallen onder de drie categorieën in dit model?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe de voor- en nadelen van globalisering over de wereld verdeeld worden.
•Je kunt de begrippen fragmentarische modernisering, spread-effecten, backwash-effecten en afwenteling (in ruimte en tijd) uitleggen en toepassen.
•Je kunt uitleggen wat de gevolgen zijn van global shift op economisch, politiek en geografisch vlak.
•Je kunt uitleggen welke ontwikkelingen er zijn die globalisering tegengaan.
Ongelijkheid: sociaal, regionaal en ruimtelijk
Sociale ongelijkheid en regionale ongelijkheid verwijzen naar de verschillen die er zijn tussen mensen of tussen gebieden. Deze verschillen gaan vooral over welvaart, welzijn en kansen. Bij sociale ongelijkheid gaat het om verschillen tussen mensen, terwijl regionale ongelijkheid zich richt op verschillen tussen gebieden. Soms wordt ook de term ruimtelijke ongelijkheid gebruikt, wat sterk lijkt op regionale ongelijkheid. Het is belangrijk om te beseffen dat deze ongelijkheid zich op verschillende schaalniveaus en in diverse dimensies kan manifesteren.

Het centrum-periferie model
Verschillen in welvaart zijn goed te zien in het centrum-periferie model. Dit model verdeelt landen in drie categorieën op basis van hun economische positie:
•Centrumlanden: Deze landen verdienen hun geld voornamelijk in de dienstensector. Hun bruto nationaal product (BNP) per hoofd is hoog.
•Semi-periferie landen: Deze landen verdienen hun geld vooral in de industrie. Binnen deze categorie vindt een enorme ontwikkeling plaats.
•Periferie landen: Deze landen genereren hun inkomen voornamelijk uit grondstoffenhandel en de export van landbouwproducten. Hun BNP per hoofd is relatief laag.
Fragmentarische modernisering
Fragmentarische modernisering betekent dat bepaalde regio's of economische sectoren wel of niet gebruikmaken van moderne hulpmiddelen, en dat dit naast elkaar kan bestaan. Een semi-periferie land kan bijvoorbeeld een zeer geavanceerde industrie hebben, terwijl een groot deel van de bevolking in armoede leeft.
Voorbeelden van fragmentarische modernisering:
•Binnen economische sectoren: De winning van jade in Canada en Australië gebeurt met moderne mijnbouwtechnieken, terwijl in Myanmar jade praktisch met de hand wordt gewonnen.
•Binnen gebieden: In Zuid-Amerika zie je gemechaniseerde plantagelandbouw naast zelfvoorzienende landbouw, waarbij de boer hooguit een kleine trekker heeft.
•Tussen groepen: Bijna iedereen heeft een smartphone, maar digitaal bankieren lukt bijvoorbeeld niet alle senioren.
•Landelijk: India kan raketten naar Mars sturen, maar niet iedereen in India heeft een toilet. Dit toont aan dat welvaart niet gelijkmatig over het land is verdeeld.
Verdeling van voor- en nadelen van globalisering
De wisselwerking tussen centrum- en periferie landen leidt tot een ongelijke verdeling van de voor- en nadelen van globalisering. Deze dynamiek wordt beschreven met de begrippen spread-effecten, backwash-effecten en afwenteling in ruimte en tijd.
Spread-effecten
Spread-effecten zijn de positieve gevolgen van de groei en welvaart van centrumlanden voor periferie landen. Voorbeelden hiervan zijn:
•Buitenlandse investeringen: Centrumlanden investeren in periferie landen, wat leidt tot economische activiteit en werkgelegenheid.
•Kennisoverdracht: Noodzakelijke kennis voor industriële ontwikkeling wordt overgedragen.
•Geldovermakingen: Arbeidsmigranten in centrumlanden sturen geld terug naar hun thuislanden, wat de welvaart daar verhoogt. Over het algemeen zijn spread-effecten positief en dragen ze bij aan een stijging van welvaart en welzijn in periferie landen.
Backwash-effecten
Backwash-effecten zijn de negatieve gevolgen, waarbij de groei van periferie landen juist wordt geremd door de groei van centrumlanden. Voorbeelden zijn:
•Grondstoffenuitputting: Centrumlanden importeren veel grondstoffen, waardoor er minder overblijft voor de periferie landen om zelf te verwerken of te exporteren, wat hun verdienvermogen vermindert.
•Arbeidsmigratie en braindrain: Jonge, vaak goed opgeleide, mensen migreren van periferie naar centrumlanden op zoek naar betere kansen. Dit leidt tot een verlies van arbeidskrachten en kennis (braindrain) in de periferie landen. Over het geheel genomen zijn backwash-effecten negatief.
Afwenteling (in ruimte en tijd)
Afwenteling verwijst naar het afschuiven van negatieve effecten van economische groei op andere landen, andere gebieden of op toekomstige generaties. Dit is altijd negatief.
•Afwenteling in ruimte: Milieuvervuilende industrieën worden verplaatst van centrumlanden naar periferie landen, waardoor het leefmilieu in het centrumland verbetert, maar in het periferie land verslechtert. Ook het dumpen van afval in andere landen is een voorbeeld.
•Afwenteling in tijd: Het gebruik van grondstoffen nu, waardoor deze over twintig jaar niet meer beschikbaar zijn, is een voorbeeld van afwenteling in tijd. Radioactief afval van kernenergie is een ander voorbeeld: de huidige generatie profiteert van de energie, maar toekomstige generaties zitten met het afvalprobleem.
Tegenbewegingen tegen globalisering
De ongelijke verdeling van welvaart, de backwash-effecten en de afwenteling leiden tot kritiek en tegenbewegingen. Hoewel de welvaart wereldwijd toeneemt, stijgt de sociale ongelijkheid binnen en tussen landen, wat tot onvrede leidt.
Kritiek op multinationale ondernemingen (MNO's)
MNO's krijgen vaak kritiek omdat ze:
•Marktmonopolie: De markt overnemen, waardoor kleine, lokale bedrijven de concurrentie niet aankunnen en moeten sluiten. MNO's kunnen schaalvoordelen behalen, mechaniseren en nieuwe technieken toepassen, wat voor kleine bedrijven financieel onhaalbaar is.
•Arbeidsuitstoot: De sluiting van kleine bedrijven en de mechanisering leiden tot minder werkgelegenheid. Dit veroorzaakt arbeidsmigratie naar steden (binnen landen) of internationale arbeidsmigratie.
Kritiek op internationale organisaties en samenwerkingsverbanden
Internationale organisaties zoals de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) krijgen kritiek op hun economisch beleid en de hulp die ze aan landen geven. Deze hulp is vaak gebonden aan strenge voorwaarden, zoals bezuinigingen, privatisering of economische herstructurering.
•Binnenlandse spanningen: Hoewel economisch soms noodzakelijk, leiden deze maatregelen vaak tot pijnlijke gevolgen voor de bevolking en kunnen ze binnenlandse spanningen veroorzaken.
•Geen blijvende oplossing: De strenge voorwaarden zijn vaak moeilijk blijvend te voldoen, waardoor de hulp op lange termijn geen duurzame oplossing biedt. Deze kritiek richt zich niet zozeer tegen globalisering zelf, maar tegen de toenemende welvaartsverschillen die binnen het huidige globaliseringsmodel ontstaan.
Bewegingen tegen globalisering
Er zijn diverse bewegingen en standpunten die globalisering tegengaan:
•Beperking van vrijhandel: Regeringen beperken vrijhandel door handelsakkoorden op te zeggen of niet door te laten gaan, importbeperkingen in te voeren (bijvoorbeeld voor producten uit China en Rusland) of exportverboden in te stellen.
•Beperking van informatie-uitwisseling: In landen als China, Rusland en Turkije wordt de vrije uitwisseling van informatie beperkt, wat de globalisering van kennis en communicatie tegengaat.
•Beperking van immigratie: Veel landen voeren strengere grenscontroles in en proberen migranten tegen te houden. Dit is opmerkelijk, aangezien arbeidsmigratie deels een gevolg is van het uitschuiven van productie naar lagelonenlanden.
•Afkeer van internationale besluitvorming: Sommige landen negeren Europese regelgeving of willen er niet meer aan voldoen, omdat nationale belangen de boventoon voeren boven grensoverstijgende besluitvorming.
Gevolgen van de global shift
De Global Shift verwijst naar de verschuiving van het zwaartepunt van de wereldeconomie. Dit zwaartepunt verplaatst zich steeds meer naar Zuid- en Zuidoost-Azië. Dit heeft ingrijpende economische, politieke en ruimtelijke gevolgen.
Economische gevolgen
•Uitschuiving van industrie: Steeds meer industrie, inclusief hoogwaardige industrie, schuift uit naar semi-periferie landen in deze regio's (bijvoorbeeld van China naar Vietnam).
•Groei van dienstensector: Semi-periferie landen in Zuidoost-Azië spelen een steeds grotere rol in de dienstensector, zoals financiële dienstverlening, consultancy, automatisering en ICT.
•Stijgende welvaart: De welvaart en het economisch belang van deze regio's nemen toe.
Politieke gevolgen
•Toenemende invloed: De stijgende economische macht leidt automatisch tot meer politieke invloed van landen als China, India, Thailand en Indonesië.
•Nieuwe handelsakkoorden en samenwerkingen: Deze landen sluiten onderling handelsakkoorden, wat leidt tot vrijhandel en nieuwe politieke samenwerkingsverbanden.
•Multipolaire wereld: De wereld krijgt meer machtscentra. In plaats van één of twee dominante machten (zoals de VS en de EU), ontstaat er een multipolaire wereld met meerdere invloedrijke centra.
•Verschillende waarden: Veel van deze opkomende machten hanteren andere waarden dan West-Europa en Noord-Amerika, vooral op het gebied van burgerrechten (denk aan persvrijheid of internetbeperkingen). Dit leidt tot confrontaties met andere omgangsvormen met burgerrechten.
Ruimtelijke gevolgen
•Verschuiving van economische centra: De belangrijkste economische en machtscentra van de wereld zullen in de toekomst aan de Stille Oceaan liggen, in plaats van de Atlantische Oceaan.
•Heroriëntatie van de VS: De Verenigde Staten richten hun aandacht minder op Europa en meer op China, zowel economisch als militair. Dit heeft gevolgen voor de plaatsing van legerbases en investeringen.
De toekomst van de Europese Unie als wereldmacht
De Europese Unie (EU) staat voor de uitdaging om belangrijk te blijven als economische wereldmacht in deze veranderende multipolaire wereld. De EU verdient veel geld in diensten en hoogwaardige industrie en huisvest veel hoofdkantoren van MNO's. Bovendien is de EU een grote en welvarende afzetmarkt voor producenten wereldwijd. Dit laatste punt is cruciaal voor haar onderhandelingspositie.
Strategieën voor de EU:
•Versterken van onderhandelingspositie: De EU kan importbeperkingen en subsidies hanteren om de interne markt en Europese producenten te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. Door de toegang tot de aantrekkelijke EU-afzetmarkt te reguleren, kan de EU haar invloed vergroten en andere landen dwingen tot onderhandelingen.
•Grensoverstijgend denken: Het versterken van de Europese economie vereist grensoverstijgend denken en samenwerking, zodat alle lidstaten (van Nederland tot Polen en Bulgarije) kunnen profiteren van subsidies en beleid. Dit is echter lastig in tijden van crises, waarin nationale belangen vaak de overhand krijgen.













