Welk type natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt voor energieopwekking in Zuid-Amerika?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen welke natuurlijke hulpbronnen waar in de verschillende landen te vinden zijn.
•Je kunt uitleggen hoe de natuurlijke hulpbronnen gewonnen worden.
•Je kunt uitleggen hoe bijzondere metalen/ertsen ontstaan.
•Je kunt uitleggen wat de voor- en nadelen zijn van de winning van natuurlijke hulpbronnen.
Soorten natuurlijke hulpbronnen in Zuid-Amerika
Delfstoffen
•Fossiele brandstoffen: aardolie, aardgas en steenkool.
•Metalen: ijzer, koper, tin, goud, nikkel, zink, mangaan, bauxiet.
•Niet-metalen: fosfaat, kwarts en steenzout.
•Bijzondere/zeldzame/strategische mineralen: indium, lithium, uranium, diamant.
Landbouwproducten
•Granen: soja, tarwe en maïs.
•Overige producten: suikerriet, palmolie en hout.
Energiebronnen
•Hydro-elektrische energie (waterkrachtcentrales).
•Fossiele brandstoffen.
•Biobrandstoffen: op basis van suiker (ethanol), biomassa (hout) en palmolie.
Delfstoffen
Vorming van delfstoffen
Warmte en temperatuurverschillen in de aardkorst zijn essentieel voor de vorming van ertsen. Ertsen kunnen op verschillende manieren ontstaan:
•Bij de stolling van magma-intrusies (indringing van magma in bestaand gesteente) stollen ertsen op een ander moment dan het omringende gesteente door verschillende stollingstemperaturen, waardoor ze winbaar worden. Dit is een belangrijke reden waarom Zuid-Amerika veel bijzondere metalen herbergt.
•Sedimentair gesteente ontstaat onder invloed van hoge druk en warmte, en tijd. Dit proces komt vooral op oude continenten voor, zoals Zuid-Amerika. Fossiele energiebronnen zoals steenkool en aardolie worden vaak in sedimentgesteente gevonden.
•Bij metamorfose van gesteente wordt gesteente dieper de aardkorst ingedrukt richting de aardmantel, wat leidt tot temperatuurverschillen en zo ertsvorming.
De winning van deze delfstoffen wordt eenvoudiger door natuurlijke processen zoals verwering en erosie. Hierdoor is een laag gesteente afgesleten, waardoor een aantal delfstoffen relatief dicht aan het oppervlak liggen en minder diep gewonnen hoeven te worden.
Vindplaatsen van delfstoffen
•Het Andesgebergte: dit jonge gebergte met veel vulkanisme is rijk aan metalen en strategische mineralen. Ook zijn er grote zoutvlaktes te vinden.
•Het Braziliaanse hoogland: dit is een oud schild waar metalen en niet-metalen dicht onder het oppervlak liggen. Door uitgebreide verwering en erosie, en het feit dat het schild is opgeheven, zijn de omstandigheden hier gunstig voor de winning van veel delfstoffen.
De winning van lithium
De winning van lithium, een belangrijk zeldzaam mineraal, vindt plaats op zoutvlaktes. Bolivia investeert veel in deze winning. Het werkt als volgt:
1.Pekelwater (grondwater van zoutvlaktes) wordt uit de bodem opgepompt.
2.Chemicaliën worden toegevoegd, wat resulteert in een reactie tot lithiumsulfaat.
Er is een enorme vraag naar lithium, aangezien het essentieel is voor batterijen en accu's in bijvoorbeeld telefoons en elektrische auto's. De winning brengt aanzienlijke nadelen met zich mee:
•Kwantiteit en kwaliteit grondwater: het onttrekken van water uit de bodem kan leiden tot een verlaging van het grondwaterpeil. Daarbij kan het gebruik van chemicaliën de kwaliteit van het grondwater beïnvloeden.
•Inheemse bevolking verliest gebied: inheemse bevolkingsgroepen die afhankelijk zijn van extensieve veeteelt, zien hun leefgebied bedreigd. Door wateronttrekking ontstaat droogte, waardoor hun veestapel minder water en weidegrond heeft.
Vraagstukken moeten vanuit verschillende dimensies bekeken worden: economische winst tegenover milieu- en sociale impact.

Landbouwproducten
Grootschalige, exportgerichte landbouw
•De winning van landbouwproducten in Zuid-Amerika is sterk gericht op export en daarmee op winst. De teelt van gewassen als soja (voor veevoer), suikerriet (biomassa) en palmolie (biobrandstoffen) staat centraal.
•Het is aantrekkelijk om gewassen te telen waar het meeste mee verdiend kan worden, of waar de meeste vraag naar is. Dit worden ‘Flexcrops’ en ‘cashcrops’ genoemd.
Gevolgen grootschalige landbouw:
•Mechanisatie: het gebruik van machines in de landbouw.
•Uitstoot van arbeid: minder mensen zijn nodig op het platteland, wat leidt tot de-agrarisatie (afname van werkgelegenheid in de agrarische sector).
•Monocultuur: het telen van één gewas op grote schaal.
•Ontbossing: er is meer land nodig voor de uitbreiding van de teelt, wat resulteert in het kappen van bossen.
De wereldwijde vraag naar landbouwproducten is groot. De groeiende wereldbevolking en toenemende welvaart (nationaal en mondiaal) leiden tot meer vraag naar voedingsgewassen, vlees en energie.
Impact van Ontbossing
De meeste ontbossing vindt plaats voor de teelt van soja en rietsuiker, voornamelijk in Brazilië. Het is opmerkelijk dat Nederland de derde grootste soja-importeur ter wereld is, wat onze rol in dit proces benadrukt.
Voor landbouwproductie geldt dat deze pas winstgevend wordt bij een zeer grote schaal. Dit leidt tot veel monocultuur en uitgestrekte plantages. De gevolgen hiervan zijn:
•Verlies aan biodiversiteit: het verwijderen van bos en diverse plantensoorten, en het vervangen door één gewas, leidt tot een aanzienlijk verlies aan diversiteit. Ook het leefgebied van veel organismen wordt kleiner.
•Afname van neerslag: bomen dragen bij aan evapotranspiratie. Het verdwijnen van bos vermindert deze verdamping, wat kan leiden tot minder neerslag in de ontboste gebieden.
•Toename van bodemerosie: bomen houden de bodem vast. Zonder bomen neemt de bodemerosie toe.
•Verlies van leefgebied inheemse bevolking: inheemse bevolkingsgroepen verliezen gebieden waarvan zij afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud, zoals jacht of extensieve landbouw.

Energie
De vraag naar energie is groot, gedreven door industrie en toename van welvaart. De meeste energie wordt nog steeds opgewekt met fossiele brandstoffen. De afhankelijkheid hiervan brengt risico's met zich mee:
•Afhankelijkheid van afzetmarkt en wereldmarktprijzen: afnemers bepalen voor een groot deel de prijs, en als de vraag tegenvalt, dalen de inkomsten.
•Klimaatverandering: de urgentie van klimaatverandering stimuleert de zoektocht naar alternatieve, duurzame of minder schadelijke energiebronnen, zoals biobrandstoffen (op basis van ethanol, biomassa, palmolie) en waterkracht.
Fossiele brandstoffen
Fossiele brandstoffen ontstaan uit organische resten:
•Steenkool: dit is het resultaat van een inkolingsproces van plantenresten tot veen en uiteindelijk steenkool. Het is te vinden in Colombia en Brazilië.
•Aardolie en aardgas: deze ontstaan door het samenpersen van plankton en andere zee-organismen.
De winning van deze fossiele brandstoffen vindt plaats in lager gelegen gebieden, zoals:
•Het noorden van het continent, bijvoorbeeld Venezuela.
•De kustgebieden van Brazilië en Suriname.
•De sedimentaire bekkens in het zuidoosten van Brazilië (voor steenkool).
•De voorlandbekkens ten oosten van de Andes, waar veel aardgas te vinden is.
Duurzame energie: hydro-elektrische energie
Hydro-elektrische energie, of waterkracht, is een duurzame energieopwekking in Zuid-Amerika, met grote stuwdammen. Benodigdheden zijn:
•Een rivier met voldoende debiet (hoeveelheid water).
•Reliëf: dit zorgt voor een hogere stroomsnelheid, wat meer turbines in beweging kan zetten. Ook is de aanleg van een stuwdam tussen bergwanden eenvoudiger en goedkoper.
•Afnemers: de opgewekte energie moet naar centra van industrie en bevolking kunnen worden getransporteerd.
Er kleven echter ook schaduwkanten aan waterkrachtprojecten:
•Schade aan landschap en leefgebied: grote stuwmeren kunnen enorme oppervlaktes in beslag nemen, die voorheen land waren. Dit leidt tot verlies van leefgebied voor zowel mensen als dieren. Dit zorgt voor het verlies van biodiversiteit.
•Gevolgen voor debiet en bodemvruchtbaarheid stroomafwaarts: de stroomsnelheid in een stuwmeer is vrijwel nul, waardoor alle vruchtbare sedimenten daar bezinken. Deze sedimenten bereiken de rivierdelta stroomafwaarts niet meer, wat de bodemvruchtbaarheid voor boeren in die gebieden negatief beïnvloedt.

Economische voor- en nadelen van de winning van natuurlijke hulpbronnen
Voordelen:
•Grote vraag: er is wereldwijd veel vraag naar grondstoffen en landbouwproducten, mede door de groei van de wereldbevolking en de toenemende welvaart.
•Welvaartsgroei: veel omzet uit de export van deze middelen kan leiden tot een stijging van de welvaart in de producerende landen.
Nadelen:
•Prijsfluctuaties: de prijzen van grondstoffen en landbouwproducten zijn niet constant; ze fluctueren sterk op de wereldmarkt. De afnemers bepalen vaak de prijs, wat de inkomsten onzeker maakt.
•Eindige voorraad: de voorraad van veel grondstoffen is eindig. Eenmaal gewonnen, is de grondstof op.
•Grote investeringen: de winning van delfstoffen, zoals mijnbouw, vereist enorme investeringen. Veel van de winst gaat hierdoor naar eigenaars, aandeelhouders en buitenlandse investeerders, en komt niet terecht bij grote groepen van de lokale bevolking.
•Sociale ongelijkheid: in landen die sterk afhankelijk zijn van natuurlijke hulpbronnen groeit de sociale ongelijkheid. Hoewel de totale welvaart kan stijgen, neemt de ongelijkheid tussen verschillende groepen in de samenleving vaak ook toe.














