Stap 1: De vergelijkingen invoeren
1.Druk op de knop Y= (linksboven op de rekenmachine).
2.Voer de twee functies in:
•Voer de linkerkant van de vergelijking in bij Y1.
•Voer de rechterkant van de vergelijking in bij Y2.
3.Gebruik de X,T,θ,n-knop voor de variabele X.
4.Gebruik de x²-knop voor kwadratische termen.
5.Voor het voorbeeld 2X² - 3X - 4 = X - 2:
•Typ bij Y1: 2X² - 3X - 4
•Typ bij Y2: X - 2
Stap 2: De grafieken tekenen
1.Druk op de WINDOW-knop en stel indien nodig de X- en Y-waarden in om de snijpunten goed te kunnen zien.
2.Druk op GRAPH om de twee functies te tekenen.
3.Controleer of de snijpunten zichtbaar zijn. Pas anders de WINDOW-instellingen aan.
Stap 3: De snijpunten berekenen
1.Druk op 2nd en vervolgens op CALC (knop TRACE).
2.Kies optie 5: intersect.
3.Selecteer de eerste grafiek door op ENTER te drukken.
4.Selecteer de tweede grafiek door opnieuw op ENTER te drukken.
5.Beweeg met de pijltjes naar het eerste snijpunt en druk op ENTER.
6.De rekenmachine geeft de x- en y-coördinaten van het snijpunt.
7.Herhaal stap 5 en 6 om het tweede snijpunt te vinden.
Stap 4: De oplossing aflezen
•De x-coördinaten van de snijpunten zijn de oplossingen van de vergelijking.
•De y-coördinaten bevestigen dat de waarden gelijk zijn voor beide functies.
Samenvatting
1.Voer de linker- en rechterkant van de vergelijking in bij Y1 en Y2.
2.Teken de grafieken met GRAPH.
3.Gebruik 2nd → CALC → intersect om de snijpunten te vinden.
4.Lees de x-coördinaten af als oplossingen van de vergelijking.
Op deze manier kun je eenvoudig snijpunten berekenen met de TI-84 Plus CE-T!
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining
