Cijfers berekenen voelt misschien ingewikkeld, maar met een paar simpele regels heb je het zo door. In deze blog zie je precies hoe jouw schoolexamen (SE) en centraal examen (CE) meetellen, hoe je je eindcijfer uitrekent en wat je nodig hebt om te slagen. Kort, duidelijk en met voorbeelden die je meteen kunt gebruiken.
Schoolexamen en centraal examen
Het schoolexamen (SE): Dit is het gemiddelde van bepaalde toetsen, opdrachten en andere beoordelingen die je tijdens de bovenbouw van je schoolperiode maakt. Let op: niet elk cijfer op school telt mee voor je schoolexamen. Welke toetsen meetellen staat beschreven in je PTA (Programma van Toetsing en Afdoening). Dit document krijg je aan het begin van het schooljaar. Van alle cijfers die meetellen voor je SE maakt je school een gemiddelde per vak je SE-cijfer voor dat vak, meestal afgerond op één decimaal.
Aan het einde van je schooltijd maak je het centraal examen. Dit zijn landelijke examens die voor iedereen hetzelfde zijn. Voor elk vak krijg je één CE-cijfer, gebaseerd op dat ene examenmoment.
📊 Hoe bereken je je SE-cijfer?
Binnen het schoolexamen hebben verschillende onderdelen vaak een verschillende weging. Een groot proefwerk kan bijvoorbeeld zwaarder meetellen dan een kleine toets.
Voorbeeld 1: Berekenen met wegingsfactoren
Stel, voor wiskunde heb je de volgende cijfers behaald:
Toets 1: 7,2 (weging 1×)
Toets 2: 5,8 (weging 1×)
Proefwerk 1: 6,5 (weging 2×)
Proefwerk 2: 7,0 (weging 2×)
Berekening:\frac{\left.\left(7,2\times1\right.\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right.\right)}{1+1+2+2}=6{,}67\frac{\left.\left(7,2\times1\right.\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right.\right)}{1+1+2+2}=6{,}6\frac{\left.\left(7,2\times1\right.\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right.\right)}{1+1+2+2}=6{,}\frac{\left.\left(7,2\times1\right.\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right.\right)}{1+1+2+2}=6\frac{\left.\left(7,2\times1\right.\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right.\right)}{1+1+2+2}=\frac{\left.\left(7,2\times1\right.\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right.\right)}{1+1+2+2}\frac{\left.\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right.\right)}{1+1+2+2}\frac{\left.\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)}{1+1+2+2}\frac{\left(\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)}{1+1+2+2}\frac{\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)}{1+1+2+2}\left(\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\frac{\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)}{1+1+2+2}\left(\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\frac{\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)}{\placeholder{}}\left(\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)\left(\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\frac{\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)}{\placeholder{}}\left(\left(7,2\times1\right)\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)\left(7,2\times1\right)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)7,2\times1)+(5,8\times1)+\left(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)\right)7,2\times1)+(5,8\times1)+(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right)7,2\times1)+(5,8\times1)+(6,5\times2)+\frac{\left(7,0\times2\right)}{\placeholder{}}7,2\times1)+(5,8\times1)+(6,5\times2)+\left(7,0\times2\right) SE-cijfer: 6,7 (afgerond op één decimaal)
Voorbeeld 2: Berekenen met percentages
Sommige scholen werken met percentages. Bijvoorbeeld:
Toetsen: 40% → cijfer 6,5
Praktische opdracht: 20% → cijfer 7,5
Proefwerk: 40% → cijfer 6,0
Berekening:
SE-cijfer: 6,5
Tip: Check altijd je PTA om te weten welke toetsen meetellen en wat de weging is!
🎯 Zo bereken je je eindcijfer
•Neem je SE-cijfer
•Neem je CE-cijfer
•Tel deze bij elkaar op
(bijvoorbeeld 6,4 + 6,8 = 13,2)
•Deel dit door 2
(13,2 ÷ 2 = 6,6)
•Rond af naar een heel cijfer
(6,5 of hoger → omhoog, 6,4 of lager → omlaag)
🎓 Wanneer ben je geslaagd voor je examen?
Of je slaagt, hangt af van al je cijfers samen. Het gemiddelde van je CE-cijfers moet minimaal een 5,5 zijn en je mag niet te veel onvoldoendes hebben. Voor vakken als Nederlands, Engels en wiskunde gelden extra regels. Deze verschillen per niveau (vmbo, havo of vwo).
Of je slaagt hangt af van meerdere regels. Deze verschillen per niveau:
Basisregels (havo/vwo):
•Gemiddelde CE-cijfers: minimaal 5,5
•Maximaal één onvoldoende voor Nederlands, Engels of wiskunde (eindcijfer 5)
•Geen enkel eindcijfer lager dan 4
•Compensatieregel: Een 5 moet gecompenseerd worden met minimaal een 6 in een ander vak
VMBO heeft andere regels:
•Gemiddelde van alle eindcijfers moet minimaal 6,0 zijn
•Specifieke regels per niveau (bb, kb, gl, tl)
Let op: Dit zijn algemene regels. Er zijn meer specifieke voorwaarden, dus check altijd de officiële slagingsregels van jouw niveau!
Het schoolexamen is net zo belangrijk als het CE. Omdat het SE voor 50% meetelt, kan een goed SE-cijfer een minder goed CE-cijfer compenseren. Door je cijfers bij te houden en af en toe te berekenen waar je staat, krijg je meer overzicht en rust.
📚 Tip: bereid je goed voor
Wil je minder stress over je cijfers? Volg dan hier de examentraining van Jojoschool. Met complete examentrainingen, duidelijke uitleg en oefenen op examenniveau weet je precies waar je staat en ga je zelfverzekerd je examens in. 🎓📚
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining
