pH is een maat voor de zuurgraad van een oplossing. Het geeft aan hoeveel H3O+ ionen er in een oplossing aanwezig zijn. Hoe meer H3O+ ionen, hoe zuurder de oplossing.
De pH-schaal loopt van 0 tot 14.
- Zuur: Een pH-waarde lager dan 7 duidt op een zure oplossing. Hoe lager de pH, hoe zuurder de oplossing. Denk aan accuzuur (pH 0) of maagzuur.
- Neutraal: Een pH van 7 is neutraal. Kraanwater heeft bijvoorbeeld een pH van ongeveer 7. De neutrale zone ligt eigenlijk iets breder, tussen de 6,5 en 7,5.
- Basisch (alkalisch): Een pH-waarde hoger dan 7 duidt op een basische oplossing. Hoe hoger de pH, hoe basischer de oplossing. Voorbeelden zijn bloed, zeep of bleekmiddel.
De pH-schaal is handig omdat het de concentratie van H3O+ ionen op een logaritmische schaal weergeeft. Dit betekent dat een verandering van één pH-eenheid overeenkomt met een tienvoudige verandering in de H3O+ concentratie. Dit maakt het veel eenvoudiger om met grote verschillen in zuurgraad te werken zonder heel veel nullen te hoeven schrijven.
Om te redeneren over pH-waarden, kun je dus denken aan de positie op de schaal: ligt het dichter bij 0 (erg zuur), bij 7 (neutraal) of bij 14 (erg basisch)? Dit helpt je om de relatieve zuurgraad of basiciteit van verschillende oplossingen te begrijpen en te vergelijken zonder berekeningen uit te voeren.