De ligging en topografie van Zuid-Amerika zijn bepalend voor de diverse landschappen en klimaten die je er vindt.
De belangrijkste kenmerken zijn:
Ligging:
- Zuid-Amerika strekt zich uit van de evenaar tot ver naar het zuiden. De Amazone-rivier en het omringende bekken liggen bijvoorbeeld direct rond de evenaar.
- Hoe verder je van de evenaar komt, hoe kouder het over het algemeen wordt.
- Langs de westkust van het continent vind je de Stille Oceaan, terwijl de oostkust grenst aan de Atlantische Oceaan.
Kenmerkende topografie:
- Het Andesgebergte: Dit is een zeer hoog en jong gebergte dat zich uitstrekt langs de hele westkust van Zuid-Amerika. Het domineert het klimaat in de hoogste gebieden en blokkeert vocht uit de Stille Oceaan.
- Het Amazonebekken: Dit uitgestrekte laagland rond de Amazone-rivier ligt direct rond de evenaar en staat bekend om zijn tropische omstandigheden.
- De Hooglanden van Guyana en Brazilië: Deze liggen aan de oostkant van Zuid-Amerika en spelen een belangrijke rol bij het beïnvloeden van klimaten en neerslagpatronen, onder andere door stuwingsregens en regenschaduw.
- Droge gebieden en woestijnen: Langs de westkust, vooral in hoger gelegen gebieden zoals de Atacama-woestijn, vind je extreem droge plekken. Dit komt door de invloed van een koude zeestroom (de Humboldtstroom of Peru-stroom) die voorkomt dat er neerslag vanuit de Stille Oceaan wordt aangevoerd.
- De Pampas: Dit zijn uitgestrekte, vlakke graslanden (steppes) die je vindt in het zuiden van Zuid-Amerika, met name in Argentinië en het zuiden van Brazilië.
Deze geografische kenmerken bepalen voor een groot deel de klimaten en landschappen die je in Zuid-Amerika tegenkomt.