Valversnelling, vaak aangeduid met het symbool g, is de versnelling die een voorwerp ondervindt als het vrij valt onder invloed van de zwaartekracht, zonder luchtweerstand. Op aarde is de gemiddelde waarde van de valversnelling ongeveer 9,81 meter per seconde kwadraat (9,81 m/s2). Dit betekent dat de snelheid van een vrij vallend voorwerp elke seconde met 9,81 m/s toeneemt.
De valversnelling is een belangrijke constante in de natuurkunde en wordt gebruikt in formules die te maken hebben met beweging en zwaartekracht. De exacte waarde kan enigszins variëren afhankelijk van de locatie op aarde (bijvoorbeeld door hoogte of breedtegraad), maar voor de meeste berekeningen in het voortgezet onderwijs wordt de standaardwaarde van 9,81 m/s2 gebruikt.
Voorbeeld:
Als je een steen van een toren laat vallen, zal de snelheid van die steen elke seconde met 9,81 m/s toenemen (als we de luchtweerstand negeren).
- Na 0 seconden: snelheid = 0 m/s
- Na 1 seconde: snelheid = 9,81 m/s
- Na 2 seconden: snelheid = 19,62 m/s
- Na 3 seconden: snelheid = 29,43 m/s
De valversnelling is een vectorgrootheid, wat betekent dat het zowel een grootte (de 9,81 m/s2) als een richting heeft (altijd naar het middelpunt van de aarde gericht).