De grootheid soortelijke warmte noteer je met de kleine letter c.
Het concept van de eenheid J/(g⋅∘C) is inzichtelijk als je het ontleedt:
- J (Joule): Dit staat voor de hoeveelheid warmte-energie. Joule is de standaardeenheid voor energie.
- g (gram): Dit staat voor de massa van de stof die je wilt verwarmen.
- ∘C (graden Celsius): Dit staat voor de temperatuurverandering die je wilt bereiken.
De eenheid J/(g⋅∘C) geeft dus aan hoeveel Joule aan warmte-energie er nodig is om 1 gram van een bepaalde stof precies 1 graad Celsius in temperatuur te laten stijgen. Elke stof heeft een unieke soortelijke warmte; zo heeft water bijvoorbeeld een andere soortelijke warmte dan koper.
Om de benodigde warmte (Q) te berekenen, gebruik je de formule:
Q=c⋅m⋅ΔT
Waarbij:
- Q de benodigde warmte in Joule (J) is.
- c de soortelijke warmte in J/(g⋅∘C) is.
- m de massa van de stof in gram (g) is.
- ΔT het temperatuurverschil in graden Celsius (∘C) is. Dit bereken je als T_{eind} - T_{\begin}.
Voorbeeld:
Je hebt een koperen muntstuk met een massa van 10 gram. Je wilt dit muntstuk verwarmen van 20∘C naar 70∘C. De soortelijke warmte van koper is 0,385J/(g⋅∘C). Hoeveel warmte is hiervoor nodig?
-
Identificeer de gegevens:
- Massa (m) = 10 gram
- Soortelijke warmte (c) = 0,385J/(g⋅∘C)
- Begintemperatuur (T_{\begin}) = 20∘C
- Eindtemperatuur (Teind) = 70∘C
-
Bereken het temperatuurverschil (ΔT):
- \Delta T = T_{eind} - T_{\begin} = 70\,^{\circ}\text{C} - 20\,^{\circ}\text{C} = 50\,^{\circ}\text{C}
-
Pas de formule toe:
- Q=c⋅m⋅ΔT
- Q=0,385J/(g⋅∘C)⋅10g⋅50∘C
- Q=192,5J
Er is dus 192,5 Joule aan warmte nodig om het koperen muntstuk te verwarmen.