Een bedrijf plaatst obligaties beneden pari (wat betekent dat de emissiekoers lager is dan de nominale waarde) wanneer de couponrente die het bedrijf aanbiedt, lager is dan de marktrente voor vergelijkbare obligaties.
Laten we de belangrijkste begrippen eerst uitleggen:
- De nominale waarde is het bedrag dat de obligatie waard is en dat aan het einde van de looptijd aan de obligatiehouder wordt terugbetaald.
- De couponrente is de vaste rente die het bedrijf jaarlijks betaalt aan de obligatiehouders.
- De marktrente is de rente die op dat moment gangbaar is in de markt voor leningen met een vergelijkbaar risico en looptijd.
Als de couponrente die het bedrijf wil betalen lager is dan wat investeerders elders kunnen krijgen (de marktrente), dan zullen investeerders alleen bereid zijn de obligatie te kopen als ze deze met korting krijgen. Deze korting compenseert hen dan voor de lagere rente-inkomsten die ze ontvangen. Deze situatie, waarbij de emissiekoers onder de nominale waarde ligt, noemen we ook wel disagio.
Voorbeeld om het duidelijker te maken:
Stel je voor dat jij geld wilt uitlenen (je bent dan een investeerder) en je kunt kiezen uit twee opties:
- Optie 1: Een nieuwe obligatie van bedrijf X. Dit bedrijf biedt een vaste rente van bijvoorbeeld 3,2% per jaar (dit is de couponrente). De nominale waarde van de obligatie is €100.
- Optie 2: Andere beleggingen op de markt. Op dit moment kun je op de financiële markt een vergelijkbare lening vinden die een rente van 4% per jaar oplevert (dit is de marktrente).
Als jij als investeerder slim bent, zou je dan de obligatie van bedrijf X kopen voor €100 als je elders 4% kunt krijgen, terwijl bedrijf X maar 3,2% biedt? Waarschijnlijk niet, want je zou dan minder verdienen dan wat op de markt gebruikelijk is.
Om hun obligaties toch aantrekkelijk te maken voor investeerders, moet bedrijf X iets doen. Ze kunnen de couponrente niet zomaar verhogen, want die staat vast. Wat ze wel kunnen doen, is de obligatie goedkoper aanbieden dan de nominale waarde.
Dus, in plaats van €100, bieden ze de obligatie aan voor bijvoorbeeld €99.
- Je betaalt dan €99 voor een obligatie die uiteindelijk €100 waard is (de nominale waarde die je terugkrijgt aan het einde van de looptijd).
- Bovendien ontvang je jaarlijks de couponrente over die €100 nominale waarde.
Door de obligatie beneden pari (onder de nominale waarde) te plaatsen, krijgt de investeerder een soort "korting" bij aankoop. Deze korting compenseert de investeerder voor het feit dat de jaarlijkse couponrente lager is dan de huidige marktrente. Het totale rendement voor de investeerder wordt hierdoor aantrekkelijker, zelfs met een lagere couponrente.
Toepassing op een opdracht (bijvoorbeeld opgave 17.6 c):
In een opdracht kan staan dat:
- De obligatielening een couponrente van 3,2% heeft.
- De obligaties €100 nominaal zijn.
- De koers van uitgifte 99% is.
Dit betekent dat de obligaties worden uitgegeven voor 99%×€100=€99 per stuk. Omdat €99 lager is dan de nominale waarde van €100, worden de obligaties beneden pari geplaatst. Dit noemen we ook wel disagio.
De reden hiervoor is dat de couponrente van 3,2% waarschijnlijk lager is dan de marktrente die op dat moment geldt voor vergelijkbare leningen. Als een investeerder elders een hogere rente kan krijgen, zou hij de obligatie van dit bedrijf niet kopen voor de nominale waarde van €100.
Door de obligaties voor €99 aan te bieden, compenseert het bedrijf de investeerders voor de lagere jaarlijkse rente. De investeerder betaalt minder dan de nominale waarde, maar krijgt aan het einde van de looptijd wel de volledige nominale waarde van €100 terug. Dit maakt de obligatie aantrekkelijker, ondanks de relatief lage couponrente.