Om de steilheid van een lijn in een ruimtetijd-diagram te bepalen bij een gegeven snelheid, is het belangrijk om te weten hoe het diagram is opgebouwd. In een standaard ruimtetijd-diagram (Minkowski-diagram) staat de tijd (t) op de verticale as en de positie (x) op de horizontale as. Vaak wordt de tijd geschaald als ct (lichttijd) om de lichtsnelheid (c) als een lijn onder een hoek van 45 graden weer te geven.
De steilheid (of helling) van een lijn in een ruimtetijd-diagram, die de beweging van een object (een 'wereldlijn') voorstelt, is omgekeerd evenredig met de snelheid van het object. Dit komt doordat de snelheid (v) wordt gedefinieerd als ΔtΔx.
In een ruimtetijd-diagram met x op de horizontale as en ct op de verticale as, is de helling (m) van een wereldlijn:
m=ΔxΔ(ct)=ΔxcΔt
Aangezien de snelheid v=ΔtΔx, kunnen we de formule herschrijven als:
m=vc
Dit betekent dat:
- Een object dat stilstaat (v=0) heeft een verticale lijn (oneindige helling).
- Een object dat beweegt met de lichtsnelheid (v=c) heeft een lijn met een helling van m=cc=1 (een hoek van 45 graden).
- Hoe groter de snelheid, hoe dichter de lijn bij de horizontale as komt (hoe kleiner de helling).
Voorbeeld:
Stel, je hebt een ruimtetijd-diagram waarbij de verticale as ct voorstelt en de horizontale as x. Je wilt de steilheid bepalen voor een object dat beweegt met een snelheid van 0,1c.
- Gegeven snelheid: v=0,1c
- Formule voor helling: m=vc
- Bereken de helling:
m=0,1cc=0,11=10
De lijn die de beweging van dit object voorstelt, heeft dus een helling van 10 in dit ruimtetijd-diagram. Dit betekent dat voor elke eenheid die het object horizontaal beweegt (in x), het 10 eenheden verticaal beweegt (in ct).
Het is belangrijk om altijd te controleren welke grootheden op welke as staan in het specifieke diagram dat je gebruikt, aangezien de conventie kan variëren. Als x op de verticale as en ct op de horizontale as staat, dan is de helling m=Δ(ct)Δx=cv. In dat geval zou de helling voor v=0,1c gelijk zijn aan 0,1.