Vervolgregering (indien van toepassing):
Nadat het zout is opgelost, kunnen sommige van de gevormde ionen verder reageren met water. Dit gebeurt vooral als een van de ionen een zuur of een base is.
Als een van de ionen een base is, reageert deze met water. De aard van deze reactie (aflopend of evenwicht) hangt af van de sterkte van de base:
- Sterke basen: Deze reageren volledig (aflopend) met water. Ze komen vaak voort uit oplosbare zouten.
Voorbeeld: Het oxide-ion (O²⁻) is een sterke base en reageert aflopend met water:
O²⁻(aq) + H₂O(l) → 2OH⁻(aq)
- Zwakke basen: Deze reageren in een evenwichtsreactie met water. Ook deze kunnen afkomstig zijn van oplosbare zouten.
Voorbeeld: Het acetaat-ion (CH₃COO⁻) is een zwakke base en reageert in een evenwicht met water:
CH₃COO⁻(aq) + H₂O(l) ⇌ CH₃COOH(aq) + OH⁻(aq)
Gebruik van Binas:
Om te bepalen of een zout oplosbaar is en of een ion een sterke of zwakke base is, kun je de Binas-tabellen gebruiken:
- Kijk eerst in tabel 45 om de oplosbaarheid van het zout te controleren en om te zien of er een oxide-ion aanwezig is. Oxide-ionen zijn sterke basen.
- Gebruik daarna tabel 49 om de sterkte van andere ionen als zuur of base te bepalen.
Het is dus essentieel om eerst de oplosvergelijking op te stellen en daarna te kijken of de gevormde ionen verder reageren met water, en zo ja, op welke manier (aflopend of evenwicht).