Om de massa van een stof te berekenen wanneer je het aantal mol en de molaire massa weet, gebruik je de volgende formule:
m=n×M
Hierin is:
- m de totale massa van de stof in gram (g).
- n het aantal mol van de stof (mol).
- M de molaire massa van de stof in gram per mol (g/mol).
De molaire massa (M) is de massa van één mol van een specifieke stof. Deze waarde vind je vaak in het periodiek systeem (voor atomen) of kun je berekenen voor moleculen.
Waarom werkt deze berekening?
Het principe is vergelijkbaar met alledaagse berekeningen. Stel je voor dat één appel 100 gram weegt. Als je 2 appels hebt, bereken je de totale massa door 2×100 gram=200 gram te doen.
Bij mol en molaire massa werkt het precies hetzelfde:
- Molaire massa (M): Dit vertelt je hoeveel gram één mol van de stof weegt. Voor waterstofatomen (H) is de molaire massa ongeveer 1,008 g/mol. Dit betekent dat 1 mol waterstofatomen 1,008 gram weegt.
- Aantal mol (n): Dit is hoeveel 'groepjes' van 6,02×1023 deeltjes je hebt. In het voorbeeld heb je 2 mol waterstofatomen.
- Massa (m): Dit is de totale massa van al die mol.
Voorbeeld:
Als je 2 mol waterstofatomen (H) hebt en de molaire massa van waterstof (H) is 1,008 g/mol, dan bereken je de massa als volgt:
m=2 mol×1,008 g/mol=2,016 gram
Door het aantal mol te vermenigvuldigen met de molaire massa, bereken je dus de totale massa van de stof.