Het metrieke stelsel is een decimaal meetsysteem, wat betekent dat je omrekent met veelvouden van 10. Om te rekenen met het metrieke stelsel gebruik je voorvoegsels die aangeven hoe groot of klein een eenheid is ten opzichte van de basiseenheid (zoals meter, gram of liter).
De belangrijkste voorvoegsels zijn:
- kilo- (1000 keer de basiseenheid)
- hecto- (100 keer de basiseenheid)
- deca- (10 keer de basiseenheid)
- deci- (0,1 keer de basiseenheid)
- centi- (0,01 keer de basiseenheid)
- milli- (0,001 keer de basiseenheid)
Je kunt deze voorvoegsels zien als een trapje:
kilo- (x1000)
|
hecto- (x100)
|
deca- (x10)
|
Basiseenheid (meter, gram, liter)
|
deci- (x0,1)
|
centi- (x0,01)
|
milli- (x0,001)
Algemene regels voor omrekenen:
-
Stapjes van 10: Voor lengte (meter), gewicht (gram) en inhoud (liter) geldt dat elke stap op het trapje een factor 10 is.
- Als je van een grotere eenheid naar een kleinere eenheid gaat (naar beneden op het trapje, bijvoorbeeld van meter naar decimeter), vermenigvuldig je met 10 per stap.
- Als je van een kleinere eenheid naar een grotere eenheid gaat (naar boven op het trapje, bijvoorbeeld van decimeter naar meter), deel je door 10 per stap.
Voorbeelden:
- Lengte: Hoeveel centimeter is 3,5 meter?
Van meter naar centimeter zijn twee stappen naar beneden (meter -> decimeter -> centimeter). Elke stap is keer 10.
3,5 meter×10×10=3,5×100=350 centimeter.
- Gewicht: Hoeveel gram is 2,5 kilogram?
Van kilogram naar gram zijn drie stappen naar beneden (kilo -> hecto -> deca -> gram). Elke stap is keer 10.
2,5 kilogram×10×10×10=2,5×1000=2500 gram.
- Inhoud: Hoeveel milliliter is 1,5 liter?
Van liter naar milliliter zijn drie stappen naar beneden (liter -> deciliter -> centiliter -> milliliter). Elke stap is keer 10.
1,5 liter×10×10×10=1,5×1000=1500 milliliter.
-
Oppervlaktematen (vierkante eenheden): Bij oppervlaktematen (zoals vierkante meters, m2) is elke stap op het trapje een factor 100.
- Als je van een grotere eenheid naar een kleinere eenheid gaat, vermenigvuldig je met 100 per stap.
- Als je van een kleinere eenheid naar een grotere eenheid gaat, deel je door 100 per stap.
Voorbeelden:
- Hoeveel vierkante decimeter is 2 vierkante meter?
Van vierkante meter naar vierkante decimeter is één stap naar beneden.
2 m2×100=200 dm2.
- Hoeveel vierkante centimeter is 0,5 vierkante meter?
Van vierkante meter naar vierkante centimeter zijn twee stappen naar beneden (m2 -> dm2 -> cm2). Elke stap is keer 100.
0,5 m2×100×100=0,5×10000=5000 cm2.
Door deze regels en de trapjes te onthouden, kun je gemakkelijk omrekenen binnen het metrieke stelsel.