In de middeleeuwen zorgden belangrijke ontwikkelingen in de landbouw en handel voor het ontstaan van de landbouwstedelijke samenleving. Deze elementen waren nauw met elkaar verbonden en beïnvloedden elkaar wederzijds.
Ontwikkeling van de landbouw:
Vanaf de 11e eeuw vond een 'landbouwrevolutie' plaats. Dit hield in:
- Ontginning van land: Nieuwe landbouwgronden werden in gebruik genomen door bossen te kappen en moerassen droog te leggen.
- Nieuwe technieken: Het gebruik van verbeterde werktuigen, zoals de ijzeren ploeg, zorgde voor efficiëntere bewerking van de grond. Ook werden nieuwe methoden voor landgebruik geïntroduceerd, zoals het drieslagstelsel.
Deze veranderingen leidden tot veel hogere voedselopbrengsten.
Gevolgen voor de bevolking en specialisatie:
- Door het overschot aan voedsel kon de bevolking groeien.
- Niet iedereen hoefde meer op het land te werken, waardoor mensen zich konden specialiseren in andere beroepen, zoals ambachtslieden (bijvoorbeeld bakkers, smeden, wevers).
Ontwikkeling van de handel:
- Bloei van handel en nijverheid: Boeren verkochten hun overschotten op markten, en ambachtslieden verkochten de spullen die zij maakten. Dit leidde tot een bloeiende handel en nijverheid.
- Opkomst van steden: De markten trokken mensen aan, en rondom deze markten ontstonden nederzettingen die uitgroeiden tot steden. Steden werden centra voor handel en ambacht.
- Monetaire economie: Er ontstond een economie waarin steeds meer met munteenheden werd betaald in plaats van ruilhandel.
Het verband met de landbouwstedelijke samenleving:
De groei van de landbouw zorgde voor voedseloverschotten, wat een bevolkingsgroei en specialisatie in ambachten mogelijk maakte. Deze ambachtslieden en de overschotten van de boeren stimuleerden de handel. De handel leidde op zijn beurt tot de opkomst en groei van steden. Deze steden en het omliggende platteland werden afhankelijk van elkaar: het platteland leverde voedsel en grondstoffen aan de stad, terwijl de stad werktuigen, kleding en andere ambachtelijke producten leverde aan het platteland. Deze onderlinge afhankelijkheid en de vermenging van agrarische en stedelijke functies vormden de kern van de landbouwstedelijke samenleving.
Deze ontwikkelingen zorgden ervoor dat de middeleeuwse samenleving geleidelijk veranderde van een puur agrarische samenleving naar een samenleving met groeiende steden, gespecialiseerde ambachten en een toenemende handel, wat resulteerde in de landbouwstedelijke samenleving.