Het maken van meervouden in het Engels volgt meestal een paar basisregels, maar er zijn ook uitzonderingen die je moet kennen.
1. De basisregel: Voeg -s toe
Voor de meeste zelfstandige naamwoorden voeg je simpelweg een '-s' toe aan het einde van het woord.
cat (kat) → cats (katten)
book (boek) → books (boeken)
apple (appel) → apples (appels)
house (huis) → houses (huizen)
2. Woorden die eindigen op -s, -ss, -sh, -ch, -x, -z
Als een woord eindigt op een van deze klanken, voeg je '-es' toe. Dit maakt de uitspraak makkelijker.
bus (bus) → buses (bussen)
class (klas) → classes (klassen)
brush (borstel) → brushes (borstels)
watch (horloge/wacht) → watches (horloges/wachten)
box (doos) → boxes (dozen)
quiz (quiz) → quizzes (quizzen)
3. Woorden die eindigen op -y
Hier zijn twee situaties:
* Voorafgegaan door een medeklinker: Verander de '-y' in '-ies'.
* baby (baby) → babies (baby's)
* city (stad) → cities (steden)
* story (verhaal) → stories (verhalen)
* Voorafgegaan door een klinker: Voeg alleen '-s' toe.
* boy (jongen) → boys (jongens)
* day (dag) → days (dagen)
* key (sleutel) → keys (sleutels)
4. Woorden die eindigen op -f of -fe
Verander de '-f' of '-fe' in '-ves'.
leaf (blad) → leaves (bladeren)
knife (mes) → knives (messen)
wolf (wolf) → wolves (wolven)
wife (vrouw) → wives (vrouwen)
- Let op: Er zijn uitzonderingen, zoals
roof (dak) → roofs (daken) en chief (chef) → chiefs (chefs).
5. Woorden die eindigen op -o
De meeste woorden die eindigen op -o krijgen '-es', vooral als ze een medeklinker voor de -o hebben.
potato (aardappel) → potatoes (aardappelen)
tomato (tomaat) → tomatoes (tomaten)
hero (held) → heroes (helden)
- Maar sommige woorden krijgen alleen '-s', vooral als ze een klinker voor de -o hebben of van buitenlandse oorsprong zijn.
radio (radio) → radios (radio's)
photo (foto) → photos (foto's)
piano (piano) → pianos (piano's)
6. Onregelmatige meervouden
Sommige woorden hebben een volledig afwijkende meervoudsvorm die je uit je hoofd moet leren.
man (man) → men (mannen)
woman (vrouw) → women (vrouwen)
child (kind) → children (kinderen)
foot (voet) → feet (voeten)
tooth (tand) → teeth (tanden)
mouse (muis) → mice (muizen)
person (persoon) → people (mensen)
7. Woorden die hetzelfde blijven in het meervoud
Sommige woorden veranderen helemaal niet.
sheep (schaap) → sheep (schapen)
fish (vis) → fish (vissen)
deer (hert) → deer (herten)
series (serie) → series (series)
Door deze regels en uitzonderingen te oefenen, word je steeds beter in het maken van Engelse meervouden!