Marginale kosten beïnvloeden de gemiddelde kosten doordat ze de "nieuwe" kosten zijn die worden toegevoegd aan de totale kosten. De manier waarop de marginale kosten zich verhouden tot de bestaande gemiddelde kosten, bepaalt of de gemiddelde kosten stijgen, dalen of gelijk blijven.
Dit kun je vergelijken met je schoolcijfers:
- Als de marginale kosten hoger zijn dan de gemiddelde kosten, dan stijgen de gemiddelde kosten. Dit betekent dat elke extra geproduceerde eenheid meer kost dan het huidige gemiddelde, waardoor het gemiddelde omhoog wordt getrokken. Denk eraan: als je gemiddeld een 7,2 staat en je haalt een 8 voor een nieuwe toets (marginale kosten), dan stijgt je gemiddelde.
- Als de marginale kosten lager zijn dan de gemiddelde kosten, dan dalen de gemiddelde kosten. Dit betekent dat elke extra geproduceerde eenheid minder kost dan het huidige gemiddelde, waardoor het gemiddelde omlaag wordt getrokken. Als je gemiddeld een 7,2 staat en je haalt een 6 voor een nieuwe toets, dan daalt je gemiddelde.
- Als de marginale kosten gelijk zijn aan de gemiddelde kosten, dan blijven de gemiddelde kosten gelijk. Dit betekent dat elke extra geproduceerde eenheid precies evenveel kost als het huidige gemiddelde, waardoor het gemiddelde onveranderd blijft. Als je gemiddeld een 7,2 staat en je haalt weer een 7,2, dan blijft je gemiddelde hetzelfde.
De marginale kosten zijn dus de extra kosten voor één extra geproduceerde eenheid, en deze extra kosten trekken het gemiddelde omhoog, omlaag of houden het gelijk, afhankelijk van hoe ze zich verhouden tot het bestaande gemiddelde.