De afwegingen tussen consumeren, lenen en sparen vallen onder het concept 'ruilen over de tijd'. Dit betekent dat je keuzes maakt over wanneer je je geld gebruikt: nu (consumeren), later (sparen), of geld van de toekomst naar het heden halen (lenen).
De uiteindelijke keuze tussen sparen en lenen hangt af van je persoonlijke 'tijdsvoorkeur' en of jouw individuele prijs van tijd (hoeveel jij bereid bent te betalen om nu geld te hebben) hoger of lager is dan de algemene prijs van tijd (de marktrente).
- Lage tijdsvoorkeur: Als je een lage tijdsvoorkeur hebt, kun je consumptie makkelijk uitstellen. Je bent geduldiger en je individuele prijs van tijd is laag. Je zult dan eerder geneigd zijn om te sparen.
- Hoge tijdsvoorkeur: Heb je een hoge tijdsvoorkeur, dan wil je consumptie juist vervroegen. Je bent ongeduldiger en bereid meer rente te betalen om nu al te kunnen consumeren. Je individuele prijs van tijd is dan hoog, en je zult eerder geneigd zijn om te lenen.