Leerdoelen
•Je kunt staafdiagrammen en lijndiagrammen maken.
Staafdiagrammen vs. lijndiagrammen
Er zijn verschillende soorten diagrammen. We gaan kijken naar twee veelvoorkomende typen: het lijndiagram en het staafdiagram.

Aan de linkerkant van de afbeelding zie je een lijndiagram en aan de rechterkant een staafdiagram. Welk diagram is het beste om bijvoorbeeld inwonersaantallen van verschillende landen te laten zien?
•Bij inwonersaantallen van landen zoals Nederland en Italië hebben de cijfers niet direct met elkaar te maken in de zin van een doorlopend verhaal. Je hoeft de punten dan ook niet te verbinden. Hier is een staafdiagram het meest geschikt. Je ziet dan losse staven en kunt gemakkelijk zien hoe hoog elke staaf is en zo de landen met elkaar vergelijken.
•Een lijndiagram gebruik je meestal voor gegevens die een verloop of trend laten zien, bijvoorbeeld over tijd. Denk aan temperatuur, geldwaarden of bezoekersaantallen per week. Dan zie je echt een stijging of daling die je met elkaar wilt verbinden. Als je in een lijndiagram de inwonersaantallen van verschillende landen zou zetten, lijkt het net alsof er een verloop is, zoals "eerst is het wat minder, dan stijgt het en daarna daalt het." Dit is misleidend als er geen direct verband is tussen de categorieën.
Over het algemeen geldt dat staafdiagrammen eigenlijk altijd kunnen worden gebruikt. Soms zien ze er wat ‘vriendelijker’ en minder wiskundig uit.
Werken met staafdiagrammen
Onderdelen van een staafdiagram

Elk staafdiagram heeft de volgende belangrijke onderdelen:
•Titel: de titel staat bovenaan en vertelt waar het diagram over gaat (bijvoorbeeld "Favoriete sporten").
•Verticale as: deze as loopt omhoog en omlaag. Hierop staat meestal het aantal (bijvoorbeeld "Aantal leerlingen"). Op deze as zie je dat er een vaste stapgrootte wordt gebruikt (bijvoorbeeld elke keer 2).
•Horizontale as: deze as loopt van links naar rechts. Hierop staan de categorieën waarover de gegevens gaan (bijvoorbeeld de namen van de sporten).
Bij het tekenen van een staafdiagram is het belangrijk om te weten dat de categorieën (zoals "Voetbal") vaak in het midden van een 'roosterhokje' op de horizontale as staan, net onder de staaf. Bij andere soorten grafieken zet je de getallen meestal precies bij de streepjes, maar bij staafdiagrammen is dit anders.
Gegevens aflezen uit een staafdiagram
Met een staafdiagram kun je gemakkelijk gegevens vergelijken:
•Je ziet bijvoorbeeld meteen dat voetbal het populairst is, omdat de staaf van voetbal het hoogst is.
•Zwemmen is het minst populair, want die staaf is het laagst.
•Voor een sport als tennis zie je dat de staaf tussen de 6 en 8 staat. Dit betekent dat 7 leerlingen tennis als favoriete sport hebben.
Werken met lijndiagrammen
Onderdelen van een lijndiagram

Om van deze tabel een lijndiagram te maken, teken je eerst een assenstelsel.
Net als bij een staafdiagram heeft een lijndiagram ook belangrijke onderdelen:
•Titel: Een duidelijke titel, bijvoorbeeld "Temperatuur per dag".
•Verticale as: Hierop staan de gemeten waarden (bijvoorbeeld "Temperatuur in °C").
•Horizontale as: Hierop staan de opeenvolgende tijdseenheden of categorieën (bijvoorbeeld "Dagen").
Je zet de gegevenspunten uit door voor elke dag de bijbehorende temperatuur te zoeken. Bijvoorbeeld, op maandag zet je een punt bij 6,3 °C. Op dinsdag bij 7,8 °C, enzovoort. Als je alle punten hebt uitgezet, verbind je ze met rechte lijnstukken.

De kreukellijn (zaagtand of breuklijn)
Als je goed naar afbeelding 4 kijkt, zie je dat een groot deel van de verticale as leeg is. De temperaturen beginnen pas boven de 6 °C. Om de grafiek duidelijker en groter te maken, kunnen we een kreukellijn gebruiken. Een kreukellijn wordt ook wel een zaagtand of breuklijn genoemd.

Een kreukellijn geeft aan dat een deel van de as is weggelaten. Dit doe je als je van nul naar een hoger getal springt (bijvoorbeeld van 0 naar 6,3) en er tussenin geen relevante gegevens zijn. Na de kreukellijn moet je wel weer een vaste stapgrootte gebruiken (bijvoorbeeld stapjes van 0,5 °C). Dit maakt het diagram overzichtelijker, vooral als de waarden dicht bij elkaar liggen.














