Omgaan met parameters

Omgaan met parameters

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 14:19
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat een parameter is.

Je kunt omgaan met parameters in verschillende situaties.

Wat is een parameter?

Een parameter is een waarde die je kunt variëren binnen een functie. In de functiebijvoorbeeld, kan de parameterverschillende waarden aannemen. Voor elke waarde vankrijg je een nieuwe functief(x).(f(x).Dit maakt het mogelijk om eindeloos veel functies te noteren met slechts één parameter.

Voor welkeraakt de grafiek de x-as?

Laten we de functiebekijken. Deze functie is een dalparabool, omdat de coëfficiënt van(namelijk3) positief is. De grafiek raakt de x-as wanneer de discriminant (D) nul is.

De discriminant voor een kwadratische functie is gegeven door de formule: Voor onze functie isa=3,\,b=-6,a=3,b=-6,a=3,b=-6,a=3,b=-6,(a=3,b=-6,(a=3),b=-6,(a=3),b=-6),enc=p.c=p).We kunnen dit als volgt invullen:

Als we willen weten voor welkede grafiek de x-as raakt, stellen weD=0:(D=0: Door deze vergelijking op te lossen, krijg je:

Voorligt de top van de parabool dus precies op de x-as.

Voor welkeligt het puntop de grafiek?

Nu ga je onderzoeken voor welke waarden vanhet puntop de grafiek vanligt. Hier geldt dat als je de x-coördinaatinplugt in de functie, de y-coördinaateruit moet komen.

We substitueren: We willen weten wanneer: Dit leidt ons tot: Factoreer de vergelijking: Hieruit volgt dat ofp=3.(p=3.Dus, voor deze waarden ligt puntop de grafiek.

Opdrachten over parameters

Opdracht 1

Gegeven is de functief(x)=-2x^2+8px-5p.f(x)=-2x^2+8p-5p.(f(x)=-2x^2+8p-5p.Bereken voor welkede y-coördinaat van de top gelijk is aanGebruik de formule voor de x-coördinaat van de top: Hieruit volgt: De coördinaat van de top op de y-as kan worden berekend doorin de functie te substitueren, wat leidt totf\left(2p\right)=8p^2-5p.f\left(2p\right)=8p^2-5p=.f\left(2p\right)=8p^2-5p=3.f\left(2p\right)=8p^2-5.f\left(2p\right)=8p^2-5p.f\left(2p\right)=8p^2-5p=.f\left(2p\right)=8p^2-5p=3.f\left(2p\right)8p^2-5p=3.f\left(2p8p^2-5p=3.\right)f\left(28p^2-5p=3.\right)f\left(208p^2-5p=3.\right)f\left(28p^2-5p=3.\right)f\left(8p^2-5p=3.\right)f8p^2-5p=3.8p^2-5p=3.8p^2-5p=3).Dit is gelijk aanomdat dit in de vraag wordt gegeven. Onze vergelijking wordt dan8p^2-5p=3\rightarrow8p^2-5p-3=08p^2-5p=3\rightarrow8p^2-5p-3=8p^2-5p=3\rightarrow8p^2-5p-38p^2-5p=3\rightarrow8p^2-5p-8p^2-5p=3\rightarrow8p^2-5p8p^2-5p=3\rightarrow8p^2-58p^2-5p=3\rightarrow8p^2-8p^2-5p=3\rightarrow8p^28p^2-5p=3\rightarrow8p8p^2-5p=3\rightarrow88p^2-5p=3\rightarrow8-8p^2-5p=3\rightarrow8-^{}8p^2-5p=3\rightarrow8-^28p^2-5p=3\rightarrow8-^2-8p^2-5p=3\rightarrow8-^28p^2-5p=3\rightarrow8-8p^2-5p=3\rightarrow88p^2-5p=3\rightarrow8p^2-5p=38p^2-5p=38p^2-5p=38p^2-5p=38p^2-5p=38p^2-5p=38p^2-5p=38p^2-5p=8p^2-5p8p^2-58p^2-5p8p^2-58p^2-8p^28p8808Los deze vergelijking op met de ABC-formule. Allereerst berekenen we de discriminant, deze wordt gegeven door de formuleD=b^2-4acD=b^2-4aD=b^2-4aaD=b^2-4aacD=b^2-4aaD=b^2-4aD=b^2-4D=b^2-D=b^2D=bD=D=-D=DD, meta=8{,}\;b=-5a=8{,}\;b=-a=8{,}\;b=a=8{,}b=a=8{,}b=a=8{,}b=a=8{,}\,b=a=8{,}\,ba=8{,}\,a=8{,}a=8{,}a=8{,}a=8{,}ba=8{,}a=8a=aenc=-3c=-c=c=0c=c:D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25+96=121D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25+96=12D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25+96=1D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25+96=D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25+96D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25+9D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25+D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25-D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-3=25D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot-=25D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot=25D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot0=25D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot0=2D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot0=D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdot0D=\left(-5\right)^2-4\cdot8\cdotD=\left(-5\right)^2-4\cdot8D=\left(-5\right)^2-4\cdotD=\left(-5\right)^2-4D=\left(-5\right)^2-D=\left(-5\right)^2D=\left(-5\right)D=\left(-5\right)D=\left(-\right)D=\left(\right)D=D. Dit invullen in de ABC-formule geeft de volgende waarden voor p:p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=\frac{5\pm11}{16}p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=\frac{5\pm11}{1}p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=\frac{5\pm11}{\placeholder{}}p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=5\pm11p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=5\pm1p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=5\pmp=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=5p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=5p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=5p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=5p=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}==\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=x=\frac{--5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=x=\frac{-5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=x=\frac{5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}=x=\frac{5\pm\sqrt{121}}{2\cdot8}x=\frac{5\pm\sqrt{121}}{2\cdot}x=\frac{5\pm\sqrt{121}}{2}x=\frac{5\pm\sqrt{121}}{\placeholder{}}x=5\pm\sqrt{121}x=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5\pmx=5x=5x=5x=x, dusp=\frac{5+11}{16}=1p=\frac{5+11}{16}=p=\frac{5+11}{16}p=\frac{5+11}{1}p=\frac{5+11}{\placeholder{}}p=5+11p=5+\frac{11}{\placeholder{}}p=5+11p=5+1p=5+p=5p=pofp=\frac{5-11}{16}=-\frac38p=\frac{5-11}{16}=-\frac{3}{\placeholder{}}p=\frac{5-11}{16}=-3p=\frac{5-11}{16}=-p=\frac{5-11}{16}=p=\frac{5-11}{16}p=\frac{5-11}{1}p=\frac{5-11}{\placeholder{}}p=5-11p=5-1p=5-p=5p=p=0p=p.

Opdracht 2

Bereken voor welkede functiede x-as in twee punten snijdt. De discriminant moet groter zijn danom twee snijpunten te hebben:

D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14\cdot p=81-pD=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14\cdot p=81-D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14\cdot p=81D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14\cdot p=8D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14\cdot p=D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14\cdot pD=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14\cdotD=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac14D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac{1}{\placeholder{}}D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac{14}{\placeholder{}}D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac{1}{\placeholder{}}D=\left(-9\right)^2-4\cdot\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}D=\left(-9\right)^2-4\cdotD=\left(-9\right)^2-4D=\left(-9\right)^2-D=\left(-9\right)^2D=\left(-9\right)D=\left(-9\right)D=\left(-\right)D=\left(\right)D=D

Dit geeft ons dat:

81-p>081-p>81-p81-81-081-818

We brengen denaar de andere kant:

-p>-81-p>-8-p>--p>-p>8-p>81-p>8-p>-p-8818

Delen doorzorgt ervoor dat het teken omklapt:

p<81p<8p<p

Voor elkeonderheeft de functie twee snijpunten met de x-as.

Opdracht 3

Bereken voor welkede functiegeen snijpunten heeft met de x-as. Dit gebeurt wanneerD<0.(D<0.

We beginnen weer met het berekenen van de discriminant:

D=p^2-4\cdot1\cdot\left(-2p+5\right)=p^2+8p-20D=p^2-4\cdot1\cdot\left(-2p+5\right)=p^2+8p-2D=p^2-4\cdot1\cdot\left(-2p+5\right)=p^2+8p-D=p^2-4\cdot1\cdot\left(-2p+5\right)=p^2+8pD=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)=p^2+8pD=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)=p^2+8D=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)=p^2+D=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)=p^2D=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)=pD=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)=D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)=D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+5\right)D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p+\right)D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdot\left(2p\right)D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdot\left(2\right)D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdot\left(\right)D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1\cdotD=b^2-4ac=p^2-4\cdot1D=b^2-4ac=p^2-4\cdot1D=b^2-4ac=p^2-4\cdotD=b^2-4ac=p^2-4D=b^2-4ac=p^2-D=b^2-4ac=p^2D=b^2-4ac=pD=b^2-4ac=D=b^2-4acD=b^2-4aD=b^2-4acD=b^2-4aD=b^2-4D=b^2-D=b^2D=bD=D=-D=-bD=-D=D

De voorwaarde voor geen snijpunten is dat de discriminant kleiner is dan nulD<0D<0DD<0D<:

p^2+8p-20<0p^2+8p-20<p^2+8p-20p^2+8p-2p^2+8p-p^2+8pp^2+8p^2+p^2p

Om deze ongelijkheid op te lossen kijken we eerst wanneer de vergelijking gelijk is aan 0:

p^2+8p-20=0p^2+8p-200

Door middel van de som-product-methode kunnen we dit schrijven als:

\left(p+10\right)\left(p-2\right)=0\left(p+10\right)\left(p-2\right)=\left(p+10\right)\left(p-2\right)\left(p+10\right)\left(p-2\right)\left(p+10\right)\left(p-\right)\left(p+10\right)\left(p\right)\left(p+10\right)\left(\right)\left(p+10\right)\left(p+10\right.\left(p+10\right)\left(p+10\right)\left(\right)\left(p+10\right)\left(p+1\right)\left(p+\right)\left(p\right)\left(\right)

Dus bijp=-10p=-1p=-p=penp=2p=pis de discriminant nul. Als we een schets maken zien we waar de discriminant onder de nul komt.

Afbeelding

In de figuur zien we dat de discriminant onder de nul ligt tussenen, dus-10<p<2-10<p<-10<p-10<p-10<-10-1-.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo