Leerdoelen
•Je kunt kijklijnen tekenen.
•Je kunt een kijkhoek meten.
•Je kunt bepalen welk gebied of welke objecten zichtbaar zijn vanuit een punt.
Hoe teken je kijklijnen?
Een kijklijn en kijkhoek helpen je de zichtbaarheid van objecten te bepalen. Kijklijnen zijn rechte lijnen die je tekent om te bepalen wat je vanuit een bepaald punt kunt zien. Je tekent kijklijnen met een geodriehoek. Bij het tekenen van kijklijnen moet je rekening houden met obstakels, zoals muren; je kunt er niet doorheen kijken.
In een voorbeeld staat Naila (N) in een huis en kijkt door een opening.
•Teken een kijklijn vanaf Naila (N) langs de linkerkant van de opening.
•Teken een tweede kijklijn vanaf Naila (N) langs de rechterkant van de opening.
•Alles tussen deze twee kijklijnen is zichtbaar, zolang er geen andere obstakels zijn.

Bomen A en B liggen tussen deze kijklijnen en zijn zichtbaar voor Naila. Boom C ligt buiten de kijklijnen en is niet zichtbaar.
Hoe bepaal je een zichtbaar gebied?
Om een zichtbaar gebied in te kleuren, teken je kijklijnen vanuit het punt waar je kijkt, langs de uiterste randen van de opening. Het gebied tussen deze kijklijnen, vanaf de opening tot aan de horizon of andere obstakels, is het zichtbare gebied. In het voorbeeld van Naila is dit een deel van de tuin dat is ingekleurd.

Hoe meet je een kijkhoek?
Een kijkhoek is de hoek tussen twee kijklijnen. Je meet de kijkhoek met een geodriehoek.
1.Leg de geodriehoek langs een van de kijklijnen.
2.Lees het aantal graden af waar de andere kijklijn doorheen gaat. Dit is de grootte van de kijkhoek.

In het voorbeeld van Naila is de kijkhoek 22 graden.
Kijklijn en kijkhoek: voorbeelden
Hieronder staan voorbeelden van het toepassen van kijklijnen en kijkhoeken.

Hoeveel schapen kan punt A zien?
•Teken twee kijklijnen vanuit punt A langs de randen van de obstakels (de berging en de schuur).
•In het voorbeeld zijn vier schapen zichtbaar. De kijkhoek is 52 graden.


Waar kan punt C staan om punt B niet te zien?
•Om te bepalen waar punt C kan staan zonder punt B te zien, teken je een kijklijn vanaf punt B langs het obstakel (een schuur).
•Het rode gebied achter de schuur is de plek waar C kan staan zonder B te kunnen zien.





