Bereken de volgende som:
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat de bewerkingen zijn.
•Je kunt de rekenvolgorde uitleggen en toepassen.
•Je kunt rekenen met negatieve getallen.
Wat zijn bewerkingen?
Bewerkingen zijn handelingen die je met getallen uitvoert. Deze handelingen omvatten optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Je hebt vast wel eens gehoord van het woord "som," maar dat heeft eigenlijk betrekking op het optellen van getallen, bijvoorbeeld 4 + 2 = 6. Hierbij worden de getallen bij elkaar opgeteld, en deze getallen worden "termen" genoemd.
Verschil en product
Het “verschil” tussen twee getallen, zoals 8 min 5, is het resultaat van aftrekken. In dit geval is het verschil 3.
Het "product" verwijst naar vermenigvuldiging. Bijvoorbeeld, 7 keer 2 wordt geschreven als 7 x 2, waarbij het kruisje dat je op de basisschool gebruikte, nu wordt vervangen door een puntje. Dit is handiger omdat je later met letters gaat rekenen, en een puntje lijkt niet op de letter "x." Bij vermenigvuldiging worden de getallen die vermenigvuldigd worden "factoren" genoemd. Als je 7 · 2 doet, zijn 7 en 2 de factoren, en het product is 14.
Quotiënt
Het "quotiënt" heeft betrekking op deling van twee getallen. Bijvoorbeeld, 24 gedeeld door 3 wordt geschreven als 24 : 3.
De rekenvolgorde
Bij complexere opgaven moet je bepaalde stappen volgen:
1.Werk eerst binnen de haakjes.
2.Doe vervolgens vermenigvuldigen en delen van links naar rechts.
3.Ten slotte, voer optellen en aftrekken uit van links naar rechts.
Voorbeeld
Een voorbeeldopgave: ((2 + 4 · 3) : 7 + 8) · 2. Volg deze stappen:
1.Neem de hele opgave over: ((2 + 4 · 3) : 7 + 8) · 2.
2.Werk binnen de haakjes. Binnen de haakjes vinden we haakjes. Eerst vermenigvuldigen: 4 · 3 = 12. De rest neem je over.
3.Voer de optelling binnen de binnenste haakjes uit: 2 + 12 = 14.
4.Nu hebben we nog maar één paar haakjes. Voer de delingen en vermenigvuldigingen uit: 14 : 7 = 2.
5.Binnen de haakjes: 2 : 8 = 10.
6.Het laatste stuk zonder haakjes: 10 · 2 = 20.
De uiteindelijke uitkomst van deze opgave is 20.
Rekenen met negatieve getallen
Om nog even iets op te frissen, als je twee tekens zonder een getal ertussen ziet, vervang deze dan door één teken: "--" wordt "+," en "-+" wordt "-."













