Leerdoelen
•Je kunt vlakke figuren en ruimtefiguren benoemen.
•Je kunt de eigenschappen van verschillende vlakke figuren noemen.
•Je kunt de eigenschappen van verschillende ruimtefiguren noemen.
•Je kunt vlakke figuren en ruimtefiguren van elkaar onderscheiden.
Wat zijn vlakke figuren en ruimtefiguren?
Vlakke figuren zijn figuren die in twee dimensies (2D) bestaan, zoals op papier. Ruimtefiguren zijn figuren die in drie dimensies (3D) bestaan. Ze hebben diepte, breedte en hoogte. Ze hebben hoekpunten (punten waar lijnen samenkomen), ribben (lijnen die hoekpunten verbinden) en grensvlakken (platte zijkanten of oppervlakken van de figuur). Vlakke figuren en ruimtefiguren verschillen dus van elkaar in dimensies.

Welke soorten vlakke figuren zijn er?
Welke soorten driehoeken zijn er?
Een driehoek is een vlakke figuur met drie hoeken. Er zijn verschillende soorten driehoeken:
•Rechthoekige driehoek: Deze driehoek heeft één rechte hoek vangraden.

•Gelijkzijdige driehoek: Deze driehoek heeft drie zijden die allemaal even lang zijn. Daardoor heeft het ook drie gelijke hoeken.

•Gelijkbenige driehoek: Deze driehoek heeft twee zijden die even lang zijn. De twee hoeken aan de onderkant van de gelijke zijden zijn ook gelijk.

•Gelijkbenige rechthoekige driehoek: Deze driehoek heeft twee gelijke zijden én een rechte hoek van 90 graden. Daardoor heeft het ook twee gelijke hoeken.

Wat is een symmetrieas?
Een symmetrieas is een lijn waarbij, als je een figuur erlangs spiegelt, de linker- en rechterkant precies hetzelfde zijn.
•Een gewone driehoek (een driehoek zonder bijzondere eigenschappen) en een rechthoekige driehoek hebben geen symmetrieassen.
•Een gelijkzijdige driehoek heeft drie symmetrieassen.
•Een gelijkbenige driehoek heeft één symmetrieas, precies in het midden.
•Een gelijkbenige rechthoekige driehoek heeft ook één symmetrieas, schuin.

Welke soorten vierhoeken zijn er?
Een vierhoek is een vlakke figuur met vier hoeken. Niet elke vierhoek is een vierkant.

Hier zijn de belangrijkste vierhoeken en hun eigenschappen:
•Vierkant: Een vierkant heeft vier zijden die allemaal even lang zijn. Alle hoeken zijngraden. Het heeft vier symmetrieassen. Tegenoverliggende zijden zijn evenwijdig, wat betekent dat ze altijd even ver van elkaar verwijderd zijn en dezelfde richting hebben.

•Rechthoek: Een rechthoek heeft vier hoeken vangraden. Tegenoverliggende zijden zijn even lang. Het heeft twee symmetrieassen. Tegenoverliggende zijden zijn evenwijdig.

•Ruit: Een ruit heeft vier zijden die allemaal even lang zijn. Het heeft twee symmetrieassen. Tegenoverliggende hoeken zijn even groot (twee paren van even grote hoeken). Tegenoverliggende zijden zijn evenwijdig.

•Parallellogram: Een parallellogram heeft tegenoverliggende zijden die even lang en evenwijdig zijn. Het heeft twee paren van even grote hoeken (overstaande hoeken). Een parallellogram heeft geen symmetrieassen.

•Vlieger: Een vlieger heeft twee paren van gelijke, aanliggende zijden. Het heeft één symmetrieas. Het heeft één paar gelijke hoeken.

Wat is een trapezium?
Een trapezium is een vierhoek met één paar evenwijdige lijnen (twee zijden zijn evenwijdig).
•Rechthoekig trapezium: Een trapezium met een rechte hoek.
•Gelijkbenig trapezium: Een trapezium waarbij de niet-evenwijdige zijden even lang zijn. De hoeken aan de basis zijn dan ook gelijk. Het heeft een symmetrieas precies in het midden.

Welke figuren hebben geen hoeken of veel hoeken?
•Cirkel: Een ronde, vlakke figuur zonder hoeken. Een cirkel heeft oneindig veel symmetrieassen.

•Ellips of ovaal: Een ovale, vlakke figuur zonder hoeken. Een ellips heeft twee symmetrieassen.

•Veelhoek: Een verzamelnaam voor alle figuren die drie of meer hoeken hebben, zoals een vijfhoek, zeshoek of zevenhoek.

Welke soorten ruimtefiguren zijn er?
Hier zijn de belangrijkste ruimtefiguren:
•Kubus: Een kubus heeft 8 hoekpunten, 12 even lange ribben en 6 grensvlakken die allemaal vierkanten zijn.

•Balk: Een balk heeft 8 hoekpunten. Het heeft drie keer vier even lange ribben (bijvoorbeeld vier lengtes, vier breedtes en vier hoogtes). De 6 grensvlakken zijn rechthoeken, maar het kan ook zijn dat sommige grensvlakken vierkanten zijn. Een balk is ook een soort prisma.

•Piramide: Een piramide heeft een grondvlak (de onderkant) dat een veelhoek is met minimaal drie hoekpunten. De piramide heeft één tophoek (de punt bovenaan). Alle opstaande zijvlakken zijn driehoeken. De lijnen die van het grondvlak naar de tophoek lopen, zijn de opstaande ribben.

•Prisma: Een prisma is een ruimtefiguur waarvan het grondvlak zich herhaalt; de bovenkant is precies hetzelfde als de onderkant. De grensvlakken aan de zijkant zijn altijd rechthoeken. Het aantal hoekpunten is twee keer het aantal hoekpunten van het grondvlak. Het aantal ribben hangt af van de vorm van het grondvlak.

•Cilinder: Een cilinder is een ruimtefiguur zonder hoekpunten of ribben. Het heeft twee platte zijvlakken (dit zijn cirkels) en een gebogen cilindermantel. De uitslag van een cilinder is een platte vorm die je kunt vouwen om de cilinder te maken. De uitslag bestaat uit twee cirkels en een rechthoek.

•Kegel: Een kegel is een ruimtefiguur zonder hoekpunten of ribben. Het heeft één plat zijvlak (een cirkel) en een gebogen kegelmantel.

•Bol: Een bol is een driedimensionale ronde figuur (lijkt op een 3D-cirkel) zonder hoekpunten of ribben. Alle punten op de bol liggen even ver van het middelpunt.















