
De regenton van Sven zit vol met water. Vanaf het moment dat Sven het kraantje aan de onderkant van de regenton opendraait, loopt het water eruit.


De regenton van Sven zit vol met water. Vanaf het moment dat Sven het kraantje aan de onderkant van de regenton opendraait, loopt het water eruit.
Ga ervan uit dat de hoogte van het water in de regenton daalt volgens de formule
h=\frac{(40-4 \times \sqrt{t})}{30,8}
Hierin is$hde hoogte van het water in de regenton in meter en$tde tijd in minuten met$t=0op het moment dat Sven het kraantje opendraait.
Laat met een berekening zien dat de hoogte van het water in de regenton afgerond 1,30 meter is op het moment dat Sven het kraantje opendraait.
Op deze pagina behandelen we vraag 19 van het centraal examen wiskunde vmbo 2022 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Regenton, en is 1 punt waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: