Op het platte dak van de uitbouw van een huis aan de Parallelweg 10A worden tien even grote zonnepanelen geïnstalleerd. De panelen worden op een stalen frame gemonteerd dat gekanteld is in de richting van het zuiden. Op het horizontale platte dak worden ze in twee rijen achter elkaar geplaatst. Zie de foto.

Voorafgaand aan de installatie heeft de leverancier een tekening gemaakt van een zijaanzicht van de opstelling van de panelen. Zie figuur 1, die ook vergroot op de uitwerkbijlage staat. In die situatie verwacht de leverancier maximale energieopbrengst.

Met behulp van deze tekening berekent de leverancier de lengte$b(in cm) van de te gebruiken panelen. In de tekening geldt:
•de puntenP,\,Q,\,RP,\,Q,RP,\,Q,RP,\,Q,RP,Q,RP,Q,R$P, Q, Ren$Szijn de hoekpunten van twee panelen; punt$Pligt recht boven de linker dakrand en punt$Srecht boven de rechter dakrand;
•de panelen maken een hoek van$30^{\circ}met het dakoppervlak;
•de lengte van de dakrand is172\text{ cm}172172172172172172172172172172172172172172172c;
•de lengte van$P Qen van$R Sisb\text{ cm}bbbbbbbbbbbb~b~c$b \mathrm{~cm};
•$bis zo gekozen dat een zonnestraal door$Q, die een hoek van$28^{\circ}met de dakrand maakt, in$Rterecht komt; in dat geval ligt de achterste rij panelen niet in de schaduw van de voorste rij panelen.
De rand en de dikte van de zonnepanelen worden in deze opgave buiten beschouwing gelaten.

