De functie$fwordt gegeven door$f(x)=2 \sin (x-\frac{1}{3} \pi).
De functie$gwordt gegeven door$g(x)=2 \cos (x-\frac{3}{4} \pi)+2.
Voor elke waarde van$asnijdt de verticale lijn met vergelijking$x=ade grafieken van$fen$gelk in één punt. Het midden van deze twee punten ligt voor sommige waarden van$aop de$x-as. Op het domein$[0{,}2 \pi]is dat voor twee waarden van$ahet geval. Zie figuur 1.

