Gegeven zijn de punten$A(1{,}0)en$B(0{,}1). Punt$Cbevindt zich op de kwartcirkel door$Aen$Bmet middelpunt$O(0{,}0). Op de lijnstukken$A Cen$B Cworden twee vierkanten$A D E Cen$B C F Ggetekend. Zie figuur 1.

De grootte van hoek$A O C(in radialen) noemen we$t, met$0<t<\frac{1}{2} \pi.
Punt$Cheeft dus coördinaten$(\cos (t), \sin (t)).

