Gedurende de dag verandert de temperatuur van de buitenlucht. Meestal is het in de nacht kouder dan overdag en is het in de middag het warmst.
De temperatuur van de grond op verschillende diepten zal zich aanpassen aan de temperatuur van de buitenlucht. Die aanpassing loopt in de tijd wat achter ten opzichte van de temperatuur van de buitenlucht.
We kijken eerst naar gemeten temperaturen op verschillende diepten in veengrond. We doen dat voor een bepaalde periode van twee dagen.
Op basis van de meetresultaten op de grond ( 0 cm diep) en op twee verschillende diepten ( 5 cm diep en 10 cm diep) zijn in een model drie sinusoïden getekend. Zie de figuur.
Hierbij is$Tde temperatuur in graden Celsius en$thet aantal uren na het begin van de twee dagen, met$t=0om 0.00 uur.
De figuur staat vergroot op de uitwerkbijlage.

In deze figuur is bijvoorbeeld af te lezen dat de temperatuur op de grond in de loop van de middag maximaal is. De maximale temperaturen op een diepte van 5 cm en 10 cm worden op een later tijdstip bereikt.
