De functie$fwordt gegeven door$f(x)=\frac{3}{x}+2. De grafiek van$fis een hyperbool. Op deze hyperbool ligt het punt$P(2{,}3 \frac{1}{2}). De lijn$kraakt de hyperbool in$P. Zie figuur 1.
[!!! FAULTY IMAGE: alt={},max width=\textwidth]

De functie$fwordt gegeven door$f(x)=\frac{3}{x}+2. De grafiek van$fis een hyperbool. Op deze hyperbool ligt het punt$P(2{,}3 \frac{1}{2}). De lijn$kraakt de hyperbool in$P. Zie figuur 1.
[!!! FAULTY IMAGE: alt={},max width=\textwidth]
De functie$gontstaat uit de functie$fdoor een logaritme van$fte nemen:
g(x)={ }^{2} \log (\frac{3}{x}+2)
De grafiek van$gsnijdt de$x-as in het punt$C.
De$y-as is een verticale asymptoot van de grafiek van$g. Links van de$y-as is er nog een verticale asymptoot. Deze asymptoot snijdt de$x-as in het punt$D. Zie figuur 3 .
Bereken exact de lengte van het lijnstuk$C D.
Op deze pagina behandelen we vraag 7 van het centraal examen wiskunde B havo 2026 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Hyperbool, en is 4 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: