De functie$fwordt gegeven door$f(x)=\frac{3}{x}+2. De grafiek van$fis een hyperbool. Op deze hyperbool ligt het punt$P(2{,}3 \frac{1}{2}). De lijn$kraakt de hyperbool in$P. Zie figuur 1.
[!!! FAULTY IMAGE: alt={},max width=\textwidth]

De functie$fwordt gegeven door$f(x)=\frac{3}{x}+2. De grafiek van$fis een hyperbool. Op deze hyperbool ligt het punt$P(2{,}3 \frac{1}{2}). De lijn$kraakt de hyperbool in$P. Zie figuur 1.
[!!! FAULTY IMAGE: alt={},max width=\textwidth]
De lijn$lmet vergelijking$y=-\frac{3}{4} x-1raakt de hyperbool in het punt$Q(-2, \frac{1}{2}). Lijn$lsnijdt de$y-as in het punt$A. Zie figuur 2 .
In deze figuur is ook de horizontale asymptoot van de hyperbool gestippeld weergegeven. Lijn$ksnijdt deze asymptoot in het punt$B.

Het lijkt of de lijnstukken$A Ben$P Qeven lang zijn.
Onderzoek op exacte wijze of$A Ben$P Qeven lang zijn.
Op deze pagina behandelen we vraag 6 van het centraal examen wiskunde B havo 2026 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Hyperbool, en is 5 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: