Het comfort en het rijgedrag van een fiets worden in belangrijke mate bepaald door de framegeometrie. Naast de lengte van de verschillende buizen waaruit een frame bestaat, gaat het bij de framegeometrie ook om de hoeken waaronder de verschillende buizen staan.
In figuur 2 is een tekening van het frame van de fiets van figuur 1 gegeven.


De bijbehorende maten zijn:
•de liggende achtervork:$A B=425 \mathrm{~mm};
•de staande achtervork:$A F=542 \mathrm{~mm};
•de hoek die de liggende en de staande achtervork met elkaar maken:$\angle B A F=58^{\circ};
•de hoek die het verlengde van de stuurbuis$D Emet het verlengde van$A Bmaakt:$\angle B C E=71^{\circ}.
