Gegeven is driehoek$A B Cmet$A B=11, B C=8en$A C=5.
Het punt$Dligt op zijde$A B, zo dat lijnstuk$C Dloodrecht op zijde$A Bstaat.
Het punt$Eligt op zijde$A C, zo dat lijnstuk$D Eevenwijdig is met zijde$B C.
Zie de figuur.


Gegeven is driehoek$A B Cmet$A B=11, B C=8en$A C=5.
Het punt$Dligt op zijde$A B, zo dat lijnstuk$C Dloodrecht op zijde$A Bstaat.
Het punt$Eligt op zijde$A C, zo dat lijnstuk$D Eevenwijdig is met zijde$B C.
Zie de figuur.

Op deze pagina behandelen we vraag 3 van het centraal examen wiskunde B havo 2019 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Hoe lang is DE?, en is 6 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: