Laurens fietste op een berghelling naar beneden. Hij legde 11 meter af in één seconde. Wat was zijn snelheid in km/u? Rond af op één decimaal.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat grootheden en bijbehorende eenheden zijn.
•Je kunt het metriek stelsel en veelgebruikte voorvoegsels toepassen.
•Je kunt berekeningen maken met snelheid.
•Je kunt snelheden omrekenen tussen verschillende eenheden.
Grootheden en eenheden
In de wereld van wiskunde praten we vaak over grootheden zoals lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht. Wat we eigenlijk doen is het beschrijven van de hoeveelheid of mate van deze concepten. Bijvoorbeeld, bij lengte verwijzen we vaak naar meter, bij oppervlakte hebben we het over vierkante meter, bij inhoud spreken we van kubieke meter en bij gewicht praten we over gram. Deze zogenaamde meters en grammen zijn eenheden.
Deze eenheden kunnen variëren. Lengte kan worden gemeten in millimeter, centimeter, decimeter, kilometer. Oppervlakte kan worden uitgedrukt in vierkante millimeter, hectare, vierkante kilometer etc. Inhoud kan worden gemeten in kubieke centimeter, kubieke decimeter, liter of milliliter. Gewicht kan worden aangegeven in ons, pond, kilo, milligram en nog veel meer.
Het metriek stelsel
Het metriek stelsel is een universeel gebruikt decimaal meetsysteem. De basiseenheden hierin zijn meter (m), gram (g) en liter (l), die respectievelijk staan voor lengte, gewicht en inhoud.
Naar rechts worden de eenheden groter: decameter, hectometer en kilometer voor lengte; decagram, hectogram en kilogram voor gewicht; en decaliter, hectoliter en kiloliter voor inhoud. Naar links worden de eenheden kleiner: decimeter, centimeter en millimeter, enzovoort. Dit is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Rekenen met het metriek stelsel
Elke beweging naar rechts in het metriek stelsel betekent dat je vermenigvuldigt met 10. Bijvoorbeeld, 1 meter is gelijk aan 10 decimeter en 1 decimeter is gelijk aan 10 centimeter. Bewegen naar links betekent delen door 10. Voor oppervlaktematen is het keer 100 naar rechts en delen door 100 naar links. Voor inhoudsmaten geldt het principe van vermenigvuldigen of delen door 1000.

Veelgebruikte voorvoegsels
Enkele van de meest voorkomende voorvoegsels in het metriek stelsel zijn milli, centi, deci, deca, hecto en kilo. Deze voorvoegsels hebben specifieke betekenissen: milli betekent een duizendste, centi betekent een honderdste, deci betekent een tiende, deca staat voor tien keer zoveel, hecto staat voor 100 keer zoveel en kilo staat voor 1000.
Rekenen met snelheid
Snelheid kan worden uitgedrukt in kilometer per uur of meter per seconde. Om de snelheid te berekenen deel je de afstand door de tijd: v=\frac{s}{t}v=\frac{s}{t}v=\frac{s}{\placeholder{}}v=\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}v=vvv=vc.
Het omrekenen tussen deze kilometer/uur en meter/seconde kan worden bereikt door te delen of te vermenigvuldigen met 3,6. Dus om snelheid in kilometer per uur om te zetten naar meter per seconde, deel je het getal door 3,6. En om van meter per seconde naar kilometer per uur te gaan, vermenigvuldig je het getal met 3,6.













