Het lengen en korten van de dagen

Het lengen en korten van de dagen

Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder

In de zomer zijn de periodes met daglicht langer dan in de winter. De kortste periode met daglicht is rond 21 december. Na deze zogenoemde kortste dag worden de periodes met daglicht weer langer; dit verschijnsel noemt men het lengen van de dagen. Vooral in de maanden februari en maart is dit verschijnsel goed merkbaar. Een soortgelijk effect geldt voor het korten van de dagen. Dit is het korter worden van de periode met daglicht na de langste dag rond 21 juni. In het najaar is het korten van de dagen duidelijk merkbaar. In de figuur zie je hoe het lengen en korten van de dagen over een jaar varieert in de stad Amsterdam.

De periode tussen zonsopgang en zonsondergang noemt men daglengte.

figuur
figuur

Voor de grafiek in de figuur geldt de volgende formule:

\Delta L=4,7 \sin (0,017214 t+0,189356)

Hierin is$\Delta Lhet aantal minuten waarmee de daglengte is veranderd ten opzichte van de dag ervoor en$tde tijd in dagen met$t=0op 1 januari.

Het lengen en korten van de dagen
3 vragen

Bekijk de opgave per vraag

Op deze pagina behandelen we Het lengen en korten van de dagen van het wiskunde a vwo eindexamen 2026 - tijdvak 2. Deze opgave bestaat uit 3 vragen (vraag 6 t/m 8).

Via de knoppen Vraag 6 t/m Vraag 8 klik je direct naar het juiste moment in de video – zo kun je snel schakelen tussen de 3 vragen. Naast de video-uitleg vind je hier ook de antwoorden en volledige uitwerkingen van iedere vraag. Heb je een vraag over deze opgave? Gebruik de knop “Stel je vraag” om hulp te krijgen van onze AI.

Ook is het mogelijk om Het lengen en korten van de dagen te downloaden als Word-bestand of als PDF-bestand. De opgave behandelt belangrijke examenonderwerpen uit de wiskunde a vwo-syllabus.