Vraag 14
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 18:03
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
4 punten
Open vraag

Giattino deed ook onderzoek naar het verband tussen de welvaart in een land en het aantal uren dat een werknemer in dat land gemiddeld per jaar werkt. Voor Duitsland wordt dit verband gegeven door de formule:

U_{\mathrm{D}}=-529,4 \ln (W_{\mathrm{D}})+6983\text { (formule 2) }

Hierin is$U_{\mathrm{D}}het aantal uren dat een werknemer in Duitsland gemiddeld per jaar werkt en$W_{\mathrm{D}}de welvaart in Duitsland in dollars. Op basis van formule 2 concludeerde Giattino dat naarmate de welvaart toeneemt, het aantal gewerkte uren afneemt.

Als de welvaart in Duitsland met 50% toeneemt, dan neemt het gemiddeld aantal gewerkte uren per werknemer per jaar met een vast aantal af. lemand doet de volgende bewering:

Als in Duitsland de welvaart toeneemt dan neemt het gemiddeld aantal gewerkte uren per werknemer per jaar sneller af bij een hogere welvaart dan bij een lagere welvaart.

Beredeneer aan de hand van een formule van de afgeleide van$U_{\mathrm{D}}, zonder getallen in te vullen of een schets/tekening te maken, of deze bewering juist is.

Bijbehorende onderwerpen

Op deze pagina behandelen we vraag 14 van het centraal examen wiskunde A vwo 2024 tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Minder werken, en is 4 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • De uitlegvideo van docent Bas bekijken (video spoelt automatisch door naar het juiste moment)
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden

De onderwerpen bij deze vraag zijn:

  • Redeneren met behulp van de afgeleide