Vraag 20
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
2 punten
Open vraag

In het algemeen geldt voor het berekenen van het maandelijks te betalen bedrag$Bde volgende formule:

B=L \cdot \frac{0,01 r}{1-(1+0,01 r)^{-n}}

In deze formule is$Lde hoogte van de lening,$rhet rentepercentage per maand en$nde (resterende) looptijd van de lening in maanden.

Na 10 jaar bedraagt de restschuld van Casper nog\euro198\,396.{ }^{1)}\euro198396.{ }^{1)}\euro198396.{ }^{1)}$€ 198396 .{ }^{1)}Hij heeft op dat moment de mogelijkheid\euro\,50\,000\euro50\,000\euro50\,000\euro50\,000\euro50\,00\euro50\,0\euro50\,\euro50\euro50\euro50\euro5€\sqrt{\placeholder{}}van zijn hypotheek af te lossen. Het nadeel is wel dat hij dan voor de resterende looptijd van 20 jaar een nieuwe lening moet afsluiten met$0{,}375 \%rente per maand.

noot 1 Dit bedrag is ontstaan door te rekenen met de formule van$R_{n}zonder tussentijds af te ronden.

Toon aan dat het bedrag dat hij per maand moet betalen, gelijk wordt aan$€ 938{,}83als hij € 50 000 van zijn hypotheek aflost.

Op deze pagina behandelen we vraag 20 van het centraal examen wiskunde A vwo 2022 tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Hypotheek, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden