Vraag 20
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
2 punten
Open vraag

In het algemeen geldt voor het berekenen van het maandelijks te betalen bedrag$Bde volgende formule:

B=L \cdot \frac{0,01 r}{1-(1+0,01 r)^{-n}}

In deze formule is$Lde hoogte van de lening,$rhet rentepercentage per maand en$nde (resterende) looptijd van de lening in maanden.

Na 10 jaar bedraagt de restschuld van Casper nog\euro198\,396.{ }^{1)}Hij heeft op dat moment de mogelijkheid\euro\,50\,000van zijn hypotheek af te lossen. Het nadeel is wel dat hij dan voor de resterende looptijd van 20 jaar een nieuwe lening moet afsluiten met$0{,}375 \%rente per maand.

noot 1 Dit bedrag is ontstaan door te rekenen met de formule van$R_{n}zonder tussentijds af te ronden.

Toon aan dat het bedrag dat hij per maand moet betalen, gelijk wordt aan$€ 938{,}83als hij € 50 000 van zijn hypotheek aflost.

Op deze pagina behandelen we vraag 20 van het centraal examen wiskunde A vwo 2022 tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Hypotheek, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden