Vraag 16
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
2 punten
Open vraag

In 1984 waren er 60 000 bonte vliegenvangers. Het totale aantal vogels$Nin jaar$t, met$t=0in 1984, kan worden benaderd met de volgende continue formule:

N(t)=60000 \cdot(a \cdot 1,09^{t}+b \cdot 0,95^{t})

Hierin is$ahet beginaandeel van type A en$bhet beginaandeel van type B. Dus als er in jaar 0 bijvoorbeeld$20 \%van type A is en dus$80 \%van type B, dan is$a=0{,}2en$b=0{,}8. In dat geval is er een minimumaantal bonte vliegenvangers in 1990.

We weten dat$aen$bsamen 1 moeten zijn, dus$a+b=1.

Nu kunnen we de afgeleide van$N(t), met$t=0in 1984, als volgt benaderen:

N^{\prime}(t)=60000 \cdot(a \cdot 0,086 \cdot 1,09^{t}-(1-a) \cdot 0,051 \cdot 0,95^{t})

Toon dit aan.

Bijbehorende onderwerpen

Op deze pagina behandelen we vraag 16 van het centraal examen wiskunde A vwo 2022 tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Bonte vliegenvanger, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden

De onderwerpen bij deze vraag zijn:

  • Differentiëren 1