OVERZICHT FORMULES


OVERZICHT FORMULES

Als je op een zomerse dag een glas limonade op tafel zet, dan kan het glas binnen de kortste keren aan de buitenkant nat zijn. Dat komt doordat waterdamp uit de lucht neerslaat op het glas. We noemen dat condens. Condens ontstaat als de temperatuur van het glas lager is dan het zogenaamde dauwpunt: de temperatuur waarbij waterdamp uit de lucht condenseert.
Het dauwpunt$T_{\mathrm{d}}in${ }^{\circ} \mathrm{C}is afhankelijk van de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid en kan worden berekend met formule 1:
T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ (formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ \textbackslash(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ \textbackslash;(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ \textbackslash;(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ \textbackslash(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ (formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ ;(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ ;\textbackslash(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ ;(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ ;,(formule 1) }T_{d}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G},\text{ met }G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln(\frac{R}{100})\text{ ;(formule 1) }T_{\mathrm{d}}=\frac{237,7 \cdot G}{17,27-G}, \text { met } G=\frac{17,27 \cdot L}{237,7+L}+\ln (\frac{R}{100})\text { (formule 1) } (formule 1)
Hierin is$Lde luchttemperatuur in${ }^{\circ} \mathrm{C}en$Rde (relatieve) luchtvochtigheid in$\%(met0<R\leq100\text{)}$0<R \leq 100.
Hoewel de eerste condens al eerder ontstaat, is de condens pas goed zichtbaar als de temperatuur van het glas minimaal3{ }^{\circ}C33^{}3^{\circ}3^{\circ}\;3^{\circ}\;C3^{\circ}\;3^{\circ}\;C3^{\circ}\;3^{\circ}3^{\circ}3^{\circ}3^{\circ}\;3^{\circ}\;C3^{\circ}C3^{\circ}C$3^{\circ} \mathrm{C}onder het dauwpunt ligt.
Er wordt vaak gezegd dat een hoge luchtvochtigheid oncomfortabel is.
Amerikaans onderzoek toonde echter aan dat comfortgevoel niet alleen bepaald wordt door de luchtvochtigheid, maar ook door het dauwpunt. In de tabel wordt het verband tussen het dauwpunt en het comfortgevoel aangegeven.

De zomer van 2018 was in heel Europa erg warm. Bij een hoge luchttemperatuur is het dauwpunt ook hoog en dan wordt de luchttemperatuur dus als onaangenaam ervaren. In Nederland liep de temperatuur op tot$33^{\circ} \mathrm{C}en in het zuiden van Spanje zelfs tot$46^{\circ} \mathrm{C}.
In Nederland werd de maximumtemperatuur als zeer onaangenaam ervaren, terwijl in Spanje de veel hogere maximumtemperatuur dankzij een lage luchtvochtigheid als enigszins onaangenaam werd ervaren.
Bereken de minimale luchtvochtigheid in Nederland bij de maximumtemperatuur in de zomer van 2018. Geef je antwoord in hele procenten.
Op deze pagina behandelen we vraag 2 van het centraal examen wiskunde A vwo 2022 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Dauwpunt, en is 5 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: